header

Categorie: Overig

mei 17th, 2021 door Omnicol

Bij zowel het lijmen van tegels als bij het stucen van wanden of plafonds is het vaak aan te raden om de ondergrond eerst van een goede voorbehandeling te voorzien. U kunt zich inbeelden dat de lijm of stucmortel moet hechten aan de ondergrond. Om er zeker van te zijn dat deze hechting optimaal kan zijn wordt er aangeraden om eerst een voorstrijkmiddel of primer aan te brengen. En de toegekende meerwaarde van het voorbehandelen met deze producten is geen loze belofte.

Leuk is het om te zien dan in de stucwereld het woord ‘primer’ is ingeburgerd en dat tegelzetters dan weer praten over ‘voorstrijken’. Bijkomend verschil dat wij vaak in de praktijk zien is dat het bij stucadoors een vanzelfsprekendheid is en dat de tegelzetter het niet standaard meeneemt in zijn werkwijze.

Wel of niet doen?
Zogenaamde ‘verse’ ondergronden lijken vaak prima de volgende bewerking te kunnen ondergaan zonder een voorstrijklaag. Voorstrijken lijkt een extra stap die meer tijd kost, maar levert zeker winst op bij het aanbrengen, afwerken en de levensduur van de eindafwerking. In nieuwbouw situaties wil er vaak bouwstof aanwezig zijn en in dat geval kan een primer weer een goede oplossing zijn. Schat de situatie dus vooraf goed in en doe eventueel een test op de te behandelen ondergrond.

De belangrijkste kenmerken van primers zijn:

  • Verlagen van de absorptie van de ondergrond
  • Vastzetten van losse delen
  • Het opruwen van een glad oppervlak
  • Verbeterde aanhechting van volgende bewerkingslaag
  • Gelijkmatige droging en doorharding van de volgende bewerkingslaag
  • Voorkomen van vocht doorslag: vormen van een barrière / membraan

Al deze eigenschappen zijn zelden in 1 product terug te vinden. Het is een breed spectrum van eigenschappen waarvoor er dus diverse soorten primers bestaan. Helaas kunnen we niet volstaan met een universeel product. Iedere bewerking heeft een eigen specifieke soort van voorstrijkmiddel nodig en dat maakt het kiezen van het juiste product er vaak niet makkelijker op.

Bouwstof
Een veel voorkomende situatie is de aanwezigheid van stof. Hoe goed je ook stofzuigt, je krijgt nooit alle stof weg. Hierdoor heb je een mindere hechting en loop je het risico van onthechting. Een goed voorstrijkmiddel zet het resterende stof ‘vast’. Natuurlijk dient het stof vooraf wel zoveel mogelijk weggenomen te worden. Op de vloer is dat makkelijk, maar bij wanden en plafonds is dat een ander verhaal. En als we iets willen vermijden is het wel (te) veel stof in de bouw. Juist dan is een primer een goede in te bouwen zekerheid!
Wacht niet te lang met de volgende bewerking nadat de voorstrijk is aangebracht! Aanwezig stof zal zich vastzetten op de geprimerde muren/vloeren waardoor de gewenste hechtingsverbetering wordt verminderd. Mocht de zuiging uit de ondergrond zeer sterk zijn dan kan het nodig zijn een tweede laag aan te brengen.
Zowel bij het verlijmen van tegels als bij stucwerk wordt door het gebruik van primers de hechting aanzienlijk beter, maar ook de droging is veel regelmatiger. Het aftekenen van voegen/naden/blokken door een stuclaag kan zo bijvoorbeeld voorkomen worden.
Als we moeten werken op een gladde betonnen ondergrond (of oud tegelwerk) dan kun je niet spreken van ‘zuigende’ ondergronden. Voor die situaties zijn er specifieke primers ontwikkeld die juist deze ondergronden “ruwer” maken, deze zorgt bovendien voor een oppervlaktevergroting, waardoor de aanhechting van stuclaag of lijmmortel sterk toeneemt.

Tip
Het afplakken of beschermen van niet te behandelen bouwdelen of omgeving is een must als je de primer aan gaat brengen met spuit-apparatuur. Voorstrijken hechten hardnekkig en zijn in uitgeharde toestand moeilijk te verwijderen. Maar ook bij het gebruik van een roller kunnen er spatten of druppels primer landen op plekken waar je dit niet wil hebben. Wees alert hierop!

Dus samenvattend; JA een primer of voorstrijk draagt meer dan eens bij aan de eindkwaliteit van je werk. En ondanks dat het -eronder- zit is het uiteindelijk toch zichtbaar in het betere resultaat dat wordt bereikt. Vooraf even testen of het nodig is, en dan gewoon de tijd inbouwen om deze handeling uit te voeren. Vooraf getackeld is achteraf uitgespaard. U als verwerker slaapt gerust en uw klant / opdrachtgever is verzekerd van een stukje vakwerk!

 

© OMNICOL – mei 2021

Geplaatst in Overig

maart 12th, 2021 door Omnicol

Mensen brengen ongeveer 90 procent van hun leven door in gesloten ruimtes, vooral in hun eigen woning. Wie een gezond binnenklimaat wil houden moet regelmatig ventileren. Ook het gebruik van emissiearme bouwmaterialen draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Een product met een EMICODE®-label bewijst dat het zeer emissiearm is en vrij van oplosmiddelen. In dit blog leggen we uit waar dat voor staat en voor dient.

Hoe bouwproducten worden geproduceerd en in welke samenstelling, speelt steeds vaker een rol in de bouw en renovatie. Ecologische verbeteringen zijn niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. Ecologisch wil echter niet altijd zeggen dat ze optimaal bijdragen aan een gezond milieu. Producten op waterbasis zijn niet automatisch veilig voor de gezondheid. En een laag oplosmiddelgehalte betekent niet altijd dat ze vrij zijn van schadelijke stoffen. Lijmen kunnen bijvoorbeeld ook na gebruik nog verschillende vluchtige organische stoffen bevatten die niet goed zijn voor de binnenlucht en de gezondheid van de bewoners.

EMICODE keurmerk
Kies je voor een product met een EMICODE dan kies je voor een gezond binnenklimaat. Het keurmerk stelt wereldwijd strenge eisen aan bouwproducten op het gebied van gezondheid en milieu. Met dit label bewijst een product dat het zeer emissiearm is en vrij van oplosmiddelen. Een product met dit certificaat draagt dus bij aan een gezonde leefomgeving.
De internationale EMICODE certificering deelt producten in naar hun uitstoot van schadelijke stoffen. Het test producten in onafhankelijke laboratoria en controleert ze tijdens steekproeven. De internationaal erkende GEV levert de certificaten: de Gemeinschaft Emissionskontrollierte Verlegewerkstoffe.

Met de EMICODE heb je het bewijs dat producten zeer emissiearm zijn, dat ze voldoen aan de strengste grenswaarden en dat ze permanent en onafhankelijke worden gecontroleerd.
Producten worden op basis van hun emissie in drie categorieën ingedeeld: EC 1 PLUS, EC 1 en EC 2. Het certificaat wordt onder andere toegekend aan vloerproducten om oppervlakken te egaliseren, verbindingen, primers, tegellijmen, voegvullers en siliconen met de minst schadelijke uitstoot.

Emissiearme tegelvloer
Een tegelvloer heeft vaak de voorkeur vanwege comfort, duurzaamheid, onderhoudsgemak en hygiëne, in woningen, kantoren en in andere gebouwen. Als je de keuze voor tegels hebt gemaakt dan zijn lijmen en andere EMICODE gecertificeerde producten de beste keuze met het oog op kwaliteit én een gezond binnenklimaat. Als consument of eindgebruiker heb je de verzekering dat alle vloerlagen emissiearm zijn. De afwerkingsproducten voor vloeren spelen daar een sleutelrol in, maar ook de vloerlijmen, vulmiddelen voor het egaliseren van vloeren en primers voor de voorbereiding van de ondervloer.

Ontwikkeling emissiearme producten
Je hebt zelf oog voor kwaliteit. Van producenten en van je leverancier mag je ook een hoge kwaliteitsnorm verwachten. Veel toonaangevende producenten ontwikkelen al geruime tijd emissiearme producten met EMICODE-label Ook Omnicol hoort bij die groep bedrijven, duurzaamheid is één van onze pijlers. Wij zetten ons in om producten en processen te ontwikkelen die de kwaliteit van bodem, water en lucht waarborgen en het gebruik van eindige bronnen beperken. De ontwikkeling van onze emissiearme producten sluit er naadloos op aan. Download hier de lijst met Omnicol-producten die het EMICODE -label voeren.

 

© OMNICOL – maart 2021

Geplaatst in Overig

februari 18th, 2021 door Omnicol

Je (her)kent ze vast wel, die witte blokken waarmee heel makkelijk en snel binnenwanden worden opgetrokken. En die gewoon met een aangepaste zaag op maat te maken zijn. Juist, dit lichtgewicht materiaal is bekend onder de naam ‘cellenbeton’. Vroeger heette het nog gasbeton, maar die naam kom je nauwelijks nog tegen.

Technisch: wat is het?
Het is een betonsoort die gekenmerkt wordt door zijn lage dichtheid en sterk isolerend vermogen. Door het toevoegen van een gasvormende toeslag ontstaat een poreus en isolerend materiaal. De gevormde luchtbellen staan niet met elkaar in verbinding. De overige materialen die nodig zijn om cellenbeton te maken zijn, net als in gewoon beton, cement, kalk, kwartszand en water. Door een chemische reactie van bijvoorbeeld het aluminium met het calciumhydroxide wordt waterstofgas gevormd dat in het verhardende materiaal gasbellen vormt. Het ultralichte waterstofgas ontsnapt naar de atmosfeer en de bellen worden met zwaardere lucht gevuld.

Nadat de massa uit de vorm is genomen, wordt ze in het gewenste producttype gesneden: blokken, lateien, gewapende platen. Vervolgens wordt het product bij een hoge temperatuur en onder stoomdruk in een autoclaaf versteend. Na deze behandeling krijgt het materiaal zijn definitieve eigenschappen.
De voornaamste voordelen van cellenbeton zijn, naast het lichte gewicht, de goede thermische en geluidsisolerende eigenschappen, de brandwerendheid, het warmte-accumulerende vermogen en de vorstbestendigheid.

De toepassing
Vanuit de tegelzetter gezien kom je het materiaal vaak tegen bij een bad-ombouw en bij douchewanden (ook wel schaamwandjes genoemd). Maar in blokvorm is het een ideaal bouwmateriaal voor niet-dragende binnenwanden. Er zijn ook dikkere elementen die wel als dragende wanden kunnen worden ingezet. Soms kom je ze tegen als er verhoogde eisen worden gesteld aan de brandwerendheid.
Als voordelen wordt genoemd: het is licht en handzaam, eenvoudig te bewerken, ongevoelig voor vocht en vorst, thermisch isolerend en sterk geluidsisolerend.
Oké, dat is allemaal mooi. Maar we zijn hier geen promotie-blog aan het schrijven voor cellenbeton.

Verwerken
Qua verwerking worden deze producten verlijmd met een speciale cellenbetonlijm. Leuke anekdote in deze is dat we een deel van ons bestaan danken aan dit product. In 1960, vier jaar na de oprichting, waren we namelijk één van de allereersten die een lijm hadden ontwikkeld voor dit materiaal en dat was in die tijd een revolutie. Dit is als directe link terug te vinden in de naamgeving van het product: GK60.

Waar lijmen nu de normaalste zaak van de wereld is, was het toen een ware noviteit. GK60 omnifix is nog altijd een veel verwerkte lijm uit het Omnicol-aanbod van constructieve lijmen. Er is een variant voor panelen en ook wordt er een onderscheid gemaakt tussen zomer- en winterlijm. Dit garandeert een constante verwerking onder alle omstandigheden. Natuurlijk is de lijm voorzien van alle certificaten en een KOMO-attest. Qua verwerking is er rekening gehouden met het feit dat de lijm zich makkelijk laat verwerken met lijmbak en-schep. Door deze hulpmiddelen in te zetten, werk je netter en sneller en wordt de lijm overal in de juiste laagdikte aangebracht. Het zogenaamde vol-en-zat aanbrengen is van belang voor de geluiddichtheid, brandwerendheid en vermindert de kans op scheurvorming achteraf. Let op dat je altijd start vanaf een goed waterpas gestelde laag, hiervoor is NIVO omnifix als kimmortel beschikbaar. De witte kleur maakt dat de lijmlaag minimaal opvalt, iets wat een afwerking met een dunne laag stucmortel ten goede komt. Cellenbeton is een product dat binnen en buiten kan worden toegepast.

Én afwerken
Naast lijmen van deze handzame blokken of elementen, is het ook een uitermate geschikte ondergrond om te betegelen. En door zijn vochtongevoeligheid ideaal om in de ‘natte cellen’ toe te passen. Dan zijn we weer terug bij de eerder aangehaalde bad-ombouw en douchewandjes. Door het lichte gewicht en de makkelijke verwerking wordt cellenbeton veel toegepast in zowel nieuwbouw als renovatie. En de vlakheid zorgt ervoor dat met een dunne lijmlaag het mooiste betegelde resultaat kan worden behaald. Door de zuiging van het materiaal moet wel altijd goed worden voorgestreken voordat je gaat lijmen.

Kies je voor gebruik van cellenbeton, dan helpt de Omnicol-adviseur je graag verder met zowel advies over de verlijming als voor de afwerking.
Oplossingsgericht, samen de klus klaren. Daar maken we ons hard voor.

© OMNICOL – februari 2021

Geplaatst in Overig

december 15th, 2020 door Omnicol

Ja je leest het goed, lijmen van bakstenen. Niet metselen met mortel en troffel, maar lijmen met een geavanceerde lijmmortel en andere apparatuur. Nog vaak wordt dit als ‘nieuw’ of ‘vernieuwend’ ervaren, maar we moeten hier eigenlijk vanaf stappen, wetende dat deze techniek nu alweer zo’n 25 jaar wordt toegepast. Dus niets nieuws meer aan, inmiddels verworden tot een gevestigde waarde en veelvuldig te herkennen in het hedendaagse straatbeeld.

Welke aandachtspunten gelden er voor het verlijmen van bakstenen? In dit artikel zetten we een aantal feiten op een rij, zodat je straks goed voorbereid aan je klus kunt beginnen.

Historie
Eerst een duik in de geschiedenis. In de jaren 90 is er op initiatief van de Nederlandse baksteenindustrie onderzocht of het mogelijk was om ook metselwerk te maken met een lijmmortel. In het geval van cellenbeton, kalkzandsteen en betonsteen deed men dit al veel langer, maar het verwerken van bakstenen gebeurde nog steeds alleen maar met metsel- en voegmortel.

De baksteenindustrie zag het succes van de andere metselproducten in combinatie met lijm. Daarbij speelden niet alleen de kosten, maar zeker ook de gunstigere arbeidsomstandigheden een rol. De baksteenindustrie is zodoende met het lijmen van bakstenen op zoek gegaan naar een goedkopere en snellere wijze van verwerking. Mede door de enorme variëteit aan bakstenen was het vaak niet gemakkelijk om dat te realiseren.

De gemiddelde voegmaat van 10 mm was eigenlijk ook onlosmakelijk verbonden met baksteen. Iets dunner kon zeker wel, maar dan zat er altijd nog afgewerkt voegwerk tussen de bakstenen. In het geval van lijmen is dat niet meer het geval en blijft de lijmmortel een stuk terug in de voeg ten opzichte van de voorzijde van de bakstenen. Deze voegen worden ook niet meer afgewerkt. Er ontstaat eigenlijk meer een soort van schaduwvoeg tussen de bakstenen. Het is vooral ook deze andere esthetische uitstraling van de bakstenen gevel die door veel architecten is omarmd, want er wordt een zeer kleur-intensieve en bijna monolithische gevel gecreëerd, waarbij de traditionele voegen dus ontbreken. Ook gaat de kop-strek verhouding niet meer op als de voegen dunner worden.

Bij het toepassen van lijmmortel wordt gebruik gemaakt van een lijmpomp, lijmpistool of spuitzak. Vele methodes van aanbrengen zijn in de loop der jaren ontstaan. Met de troffel lukt het nauwelijks omdat een lijmmortel voor bakstenen niet vloeit en vrij kleverig is (men spreekt niet voor niets over lijm). Even voor alle duidelijkheid: lijmen van baksteen is niet hetzelfde als dunmetselen!

Normen
Bakstenen lijmen was (dus alweer 25 jaar geleden) een nieuwe toepassing die toen moeilijk kon worden ingepast in de bestaande normering. Dit is overigens het geval bij vele innovaties. Even kort wat meer over techniek en normen.

Er is esthetisch weinig verschil in het eindresultaat van een gelijmde bakstenen gevel of een gevel die gemaakt is met een mortel voor dunne voegen. Maar technisch zijn er wel degelijk verschillen tussen beide producten, wat ook in de normering en regelgeving als zodanig is vastgelegd. De Europese metselwerknorm NEN-EN 1996-1-1 art. 1.5.5 ‘Termen gerelateerd aan mortel’ geeft de volgende omschrijvingen:

  • Mortel: “mengsel van één of meer anorganische bindmiddelen, toeslagmaterialen en water, tezamen met eventuele toevoegingen en/of hulpstoffen voor metselen, doorstrijken of voegen”
  • Mortel voor algemene toepassing: “mortel zonder bijzondere eigenschappen”
  • Lijmmortel: “prestatiemortel met een maximale grootte van het toeslagmateriaal die kleiner is dan of gelijk is aan een vooraf gegeven waarde”.

Deze omschrijvingen geven over het algemeen in de bouwpraktijk nog geen helder beeld wat nu precies de verschillen tussen beide producten zijn

Voor het verlijmen van bakstenen in de gevel bestaat in Nederland de URL 2826-04 ‘Verlijmen van gevelstenen; Baksteen en bouwblokken en – stenen van beton’. Vergelijkbaar in België is de TVN (technische voorlichting) 271 van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB). Daarin wordt alles genoemd m.b.t. metselwerk, dus ook specifiek m.b.t. dunne voegen/lijmen/specificaties van mortel, steen, wapening, normering, etc. Zie deze pdf.
De omschrijving die in URL 2826-04 gebruikt wordt voor de lijmmortel is: “Een al dan niet verhard mengsel van fijn toeslagmateriaal, bindmiddel(len) en water, al of niet met toevoeging van hulpstof(fen)”.
Als toelichting wordt verder nog gegeven dat in het kader van deze uitvoeringsrichtlijn wordt uitgegaan van een lijmmortel die voldoet aan BRL 1905 ‘Mortels voor metselwerk’, met een korrelgrootte van het toeslagmateriaal van maximaal 2 mm, die speciaal is bedoeld voor het verlijmen van baksteen of bouwblokken en -stenen van beton, met lijmvoegen van 3 mm tot 6 mm. De kleur van de lijmmortel kan zijn aangepast aan de kleur van de te verwerken steen door toevoeging van kleurstoffen.

Lijmen kan alleen met strakke stenen
Helaas is dit vooroordeel niet juist. Alle soorten en typen baksteen kunnen worden verlijmd, echter soms zijn er extra aandachtspunten bij bepaalde typen steen. Dus alle handvorm-, vormbak- en strengpersstenen zijn geschikt. Strengpersstenen met dikteverschillen tussen de zichtzijde en de achterzijde van de steen vragen een dikkere voeg. Bakstenen met perforaties vereisen dan ook meer aandacht bij de verwerking.
Om met eenzelfde verwerkingssnelheid de grote variëteit aan stenen te kunnen verwerken bestaat de lijmmortel in drie typen. Het type is de afstemming van de lijm op de zuiging van de steen.

Spouwankers en wapening
In de URL 2826-01 wordt ook specifiek ingegaan op spouwankers. Naast de algemeen bekend zijnde eis dat spouwankers van roestvast staal (AISI 316) moeten zijn, worden hier ook een paar specifiek voor lijmwerk van belang zijnde richtlijnen gegeven. “Het in het lijmwerk op te nemen deel van het spouwanker moet plat zijn en de dikte mag ten hoogste 75% van de voegdikte bedragen.”
Deze platte(re) ankers zijn normaal verkrijgbaar en ook is er een wapening op de markt die specifiek toegepast wordt in lijmwerk. Dus ook die zaken zijn keurig afgedekt.

Lijmen is sterker!
Vooral de extra sterkte van het uiteindelijke lijmwerk is één van de voordelen van het lijmen van bakstenen in de gevel ten opzichte van traditioneel metselwerk of bij gebruik van dunmortels. Ten opzichte van traditioneel metselwerk neemt de gemiddelde sterkte van een gelijmde gevel zelfs met een factor drie toe. De hogere sterkte van de gelijmde bakstenen kun je constructief benutten in de vorm van grotere overspanningen boven openingen en slankere gevelconstructies. Het lijmen van bakstenen heeft een enorme kwaliteitssprong voor een bakstenen gevel betekend. De hogere sterkte resulteert bovendien in mogelijkheden om prefab elementen te maken. Als laatste belangrijke troef kunnen we in de opgedane ervaringen van 25 jaar stellen dat uitbloeiingen in bakstenen gevels aanzienlijk minder aanwezig zijn bij de toepassing van lijmmortel. Geen witte uitslag en een mooie kleurrijke gevel als eindproduct.

25 jaar geleden stond Omnicol als pionier aan de wieg van het verlijmen van baksteen. En we zijn er best trots op dat er heden ten dage in vrijwel iedere straat, stad of dorp in Vlaanderen referenties staan waarbij de opdrachtgever of architect het heeft aangedurfd om de gevel te verlijmen. En na het lezen van deze blog hopen wij enige vorm van twijfel weg te nemen.

We kijken uit naar de uitdagende ontwerpen die in de toekomst gerealiseerd gaan worden!

Download hier het PDF-bestand ‘TVN_271 Uitvoering van het metselwerk.pdf’

 

Voor vragen kun je altijd contact opnemen met onze mensen, zoals je gewend bent doen wij er alles aan om samen de klus te klaren.

Credits: MADE Center – Kenniscentrum Metselwerk / Harrie Vekemans & Steffie van Wijlick

© OMNICOL – december 2020

Geplaatst in Overig

november 16th, 2020 door Omnicol

De Nederlandse Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen is eindelijk goedgekeurd en treedt naar verwachting stapsgewijs in werking vanaf 1 januari 2022. Deze nieuwe wet introduceert een publiek-privaat systeem waarbij private partijen in de bouw voor meer bouwkwaliteit moeten zorgen. Deze wet is best een grote verandering voor de bouwsector. Voor de grote aannemers maar zeker ook voor klusbedrijven en zzp’ers, want óók die werkzaamheden vallen binnen de wettelijke definitie van aanneming van werk.

Doel van de WKB
Het primaire doel van deze wet is: minder gebreken bij nieuwbouw en verbouw. Het kabinet wil daarom dat bouwbedrijven de kwaliteit van hun werk beter controleren. Betere controle leidt tot minder bouwfouten en gebreken, zoals bijvoorbeeld constructiefouten, brandonveilige situaties, onvoldoende isolatie of een slecht functionerende ventilatie.

Het op voorhand reduceren van bouwfouten, leidt tegelijkertijd tot lagere kosten voor bouwbedrijven. Van kosten voor het herstel van bouwfouten is dan immers niet of nauwelijks meer sprake. Tot slot wordt het werk van onafhankelijke kwaliteitscontroleurs makkelijker en sneller, omdat de bouwers zelf al veel gecontroleerd hebben. Al deze zaken komen de bouwkwaliteit van gebouwen ten goede.

Het is aan de uitvoerende partij om aan te tonen dat wat en hoe ze de kwaliteit van het werk controleren. De gemeente doet als bevoegd gezag een stapje terug, maar blijft wel verantwoordelijk voor handhaving.

Een ander aspect van de Wet Kwaliteitsborging is dat door het aanpassen van de regeling van aanneming van werk in het Burgerlijk Wetboek (BW) opdrachtgevers een sterkere positie krijgen ten opzichte van aannemers.

Al met al is het veel theorie en veel wettekst, iets wat we als vakmensen liever snel een keer doorlezen en dan naast ons neer leggen. Helaas is of kan de impact best groot zijn, dus is een goede voorbereiding op zijn plaats. We gaan niet tot in detail alles bespreken, wel willen we je (in grote lijnen) wijzen op gewijzigde verhoudingen op de bouwplaats die een gevolg zijn van deze nieuwe wetgeving.

Wat valt onder aanneming van werk?
Volgens de wet is aanneming van werk “de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer voor het tot stand brengen en opleveren van een werk van stoffelijke aard, buiten dienstbetrekking, en tegen een door de opdrachtgever te bepalen prijs in geld”.
De wet geeft geen aparte definitie van aanneming van bouwwerken. Het bouwrecht heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld tot een uitgebreid stelsel van algemene bouwvoorwaarden met regels voor het bouwen van bouwwerken. De wet maakt geen onderscheid tussen zzp’ers in de bouw, klusbedrijven of professionele aannemers. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de aangepaste regeling van aanneming van werk in het Burgerlijk Wetboek gelden daarmee ook voor die groep.

Hoe voldoe ik aan deze nieuwe wet?
Als ‘aannemer’ moet je zorgen voor meer bouwkwaliteit. Belangrijke verschillen zijn dat je eerder aansprakelijk bent voor verborgen gebreken na oplevering en voor het niet voldoen aan de wettelijke waarschuwingsplicht. Ook moeten aannemers hun opdrachtgevers beter informeren over de bouwkwaliteit die ze leveren. Als vakman dien jij aan te tonen dat wat je doet en wat je hiervoor aan materialen gebruikt voldoet aan de normen en regels. De bewijslast ligt nu bij jou en niet andersom – zoals het was. Dit gaat onherroepelijk een stukje meer administratie met zich mee brengen. Zoals de titel van dit artikel zegt: Toon aan dat je het goed doet!

Waarschuwingsplicht aannemer
De wettelijke waarschuwingsplicht in artikel 7:754 BW wordt aangescherpt. Jij bent de vakman, daar wordt vanuit gegaan. Dus moet je de klant voortaan schriftelijk, duidelijk en begrijpelijk waarschuwen en op tijd wijzen op fouten in het ontwerp, de opdracht en tekeningen. Bij consumenten is dat een dwingend recht, bij professionele opdrachtgevers niet. Dwingend betekent dat je bij particuliere opdrachtgevers niet van deze regeling mag afwijken.

Verplicht opleverdossier
Als aannemer word je verplicht om bij de oplevering aan je opdrachtgever een opleverdossier te geven dat een volledig inzicht geeft in de nakoming van de overeenkomst en de uitgevoerde werkzaamheden. Dit artikel is een regelend recht, je mag hier in overeenkomsten met klanten van afwijken. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je geen of alleen een beperkt opleverdossier aanlevert. Dat moet je dan wel vooraf duidelijk afspreken. Als je dit vergeet te doen, dan geldt de wet en ben je verplicht om een opleverdossier aan te leveren dat voldoet aan de wettelijke vereisten.

Hoe bereid ik me het beste voor?
Vanaf de inwerkingtreding van de Wkb gelden de nieuwe regels met betrekking tot de waarschuwingsplicht en het verplichte opleverdossier; ook voor bestaande aannemingsovereenkomsten. Dat betekent dat je als aannemer vanaf dat moment verplicht bent om te voldoen aan de aangescherpte waarschuwingsplicht en om een opleverdossier aan te leveren. Bereid je dus goed voor op de gevolgen van deze nieuwe wet. Houdt er nu al rekening mee in je offertes en zorg voor een overzichtelijke projectadministratie.

Je staat er niet alleen voor!
Omnicol als leverancier helpt je hier graag bij. De projectadviezen die wij verstrekken krijgen nóg meer waarde en ook de controles in het werk die we samen afspreken sterken jou als aannemer in de bewijslast dat je het werk op een juiste manier uitvoert. Maak hier dus gebruik van, en zorg zelf voor een goede administratie per project, zodat je alle papieren rompslomp tot een minimum kan beperken.

Wil je al deze informatie gevisualiseerd zien in een duidelijk filmpje? Onderstaand filmpje staat ook op deze website. Of lees het één en ander na op: https://www.rijksoverheid.nl/wkb.

Voor vragen kun je altijd contact opnemen met onze mensen, zoals je gewend bent doen wij er alles aan om samen de klus te klaren.

© OMNICOL – november 2020

Geplaatst in Overig

december 14th, 2017 door Omnicol

Heb jij ook het gevoel dat 2017 zo snel voorbijgegaan is? Wij wel! Op naar de laatste loodjes, nog even die ene klus afwerken en dan de nog niet genoten vakantiedagen opmaken.

Het gaat goed in de bouw, maar…
Was het een paar jaar geleden even stilstaan, nu is het weer volop hollen. Maar de effecten van dat ‘stilstaan’ zijn nog wel voelbaar. De bouw trekt aan, vooral door de opleving van de huizenmarkt, waardoor er weer veel vraag is naar nieuwbouwwoningen. Dat mag ook wel, de achter ons liggende jaren werd het ‘tekort’ daarvan namelijk steeds groter. Daarnaast zijn er meer opdrachten voor renovatie van woningen, kantoren en scholen. En is er meer geld voor de aanleg van wegen en andere infrastructuur. De bouw kan de hoeveelheid werk nauwelijks bijbenen. Niet alleen als het om banengroei gaat, ook qua openstaande vacatures. De groei valt extra op omdat de bouwsector de afgelopen acht jaar het meest leed onder de economische crisis. In geen bedrijfstak verdwenen zoveel banen: ruim honderdduizend van de bijna vijfhonderdduizend. En was er dan tóch werk te vergeven, dan kozen de onzekere bouwbedrijven vaak voor tijdelijk personeel of zzp’ers.

De vele ontslagen tijdens de crisis keren nu als een boemerang terug. Eén van de oorzaken van het personeelstekort is de vergrijzing. Van de werknemers in de bouw is 20 procent 55-plus. Men schat dat de bouw de komende vijf jaar vijfenvijftigduizend jongeren nodig heeft. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, repte op de Dag van de Bouw zelfs van een ‘werkgarantie’ om jongeren ertoe te verleiden bouwvakker te worden. Het aantal jongeren dat op het mbo kiest voor een opleiding tot timmerman, metselaar, loodgieter of installatiemonteur nam tijdens de crisis sterk af. Tegelijk is ook het aantal leerwerkbanen bijna gehalveerd.

Genoeg uitdagingen dus in de bouw anno 2018. Meer werk, minder mensen en meer uitstroom dan instroom. Dat dit zijn weerslag gaat hebben in de prijzen (spel van vraag en aanbod) moge duidelijk zijn. En allen die actief zijn in de branche moeten positiviteit uitstralen die gezien wordt door de jeugd, zodat daar enthousiasme ontstaat voor het werken in de bouw. Wat is er tenslotte mooier dan met elkaar dingen realiseren waar je trots op kan zijn?

Dus…
Met zijn allen de schouders eronder en ervoor zorgen dat we met elkaar, op een gezonde manier, kunnen blijven profiteren van de toenemende vraag is het motto. Dus misschien wordt het wel doorwerken en die vakantiedagen dan toch maar laten uitbetalen of meenemen naar het nieuwe jaar?

Succes met de laatste loodjes van 2017!

© OMNICOL december 2017

 

Geplaatst in Overig

september 26th, 2017 door Omnicol

Gelijmde gevel | Omnicol

De gelijmde gevel: baksteen in ander perspectief.
Metselen doen we al lang, heel lang. Het is een techniek die niet meer weg te denken is in de bouw. En in onze regio is de afwerking van gebouwen met bakstenen een normaal fenomeen. Het verwerken van bakstenen met een dunne voeg werd voor het eerst toegepast in 1995 bij de renovatie van het Koning Boudewijnstadion te Brussel, voorheen gekend als Heizel Stadion. Sindsdien is lijmen aan een gestage opmars begonnen tot een aanvullende verwerkingswijze die niet meer weg te denken is.

Wat is lijmen in een notendop?
Als we er een definitie voor zouden moeten schrijven zou die ongeveer zo luiden: het verwerken van standaard (gevel)bakstenen met een aangepaste mortel waarbij de laag mortel tussen de stenen zo dun mogelijk is en waarbij de ruimte tussen de stenen niet meer wordt gevoegd.

Machinale verwerking | Omnicol

Machinale verwerking

Handmatige verwerking | Omnicol

Handmatige verwerking

De term lijmen is enigszins misleidend. Er wordt nog steeds gewerkt met mortel op basis van cement. Het belangrijkste verschil met gewone mortels is dat er bepaalde stoffen toegevoegd worden die de lijmmortel versterken en die zorgen voor een goede uitharding in deze dunne laag.

Dit vereist natuurlijk een aantal voorwaarden en aandachtspunten. Allereerst is er het esthetische aspect, men ziet meer steen en minder voeg. De gebruikte (lijm)mortel heeft een kleur en is daarmee vrijwel onzichtbaar, waardoor juist de kleur van de steen bepalend is. Zo wordt een kleurintensief vlak verkregen: één van de meest zichtbare aspecten van het gebruik van lijmmortel. Dit roept ook meteen de discussie op: mooi of niet mooi. Dat is subjectief en (gelukkig) voor ieder verschillend. Traditioneel ingestelden zijn gewend aan het beeld van een baksteen en een voeg en hebben moeite dit beeld los te laten. Modernisten zien mogelijkheden, staan open voor vernieuwing en maken vaak bewuste keuzes. De keuze wordt dan ook vaak gemaakt door de architect.

Tate Modern | OmnicolNaast het esthetische aspect is ook de bouwtechnische kwaliteit van gelijmd metselwerk op veel punten afwijkend van traditioneel metselwerk. Juist deze aspecten zijn objectief en hebben er de laatste jaren aan bijgedragen dat gelijmde baksteen meer en meer wordt toegepast. Dat is niet onlogisch, aangezien de vergelijking met traditioneel metsel- en voegwerk op nagenoeg alle facetten uitvalt in het voordeel van de verlijmingstechniek.

Driemaal sterker
In vergelijking met gewone metselmortel is de bij verlijmen gebruikte lijmmortel tot wel driemaal sterker, waardoor op vlak van constructie veel meer mogelijk is, zoals prefabricage of het weglaten van geveldragers of lateien. Verder is de lijm veel minder gevoelig voor vorst, omdat de lijm vrijwel geen water opneemt en omdat bovendien meer steenoppervlakte blootgesteld is aan lucht. Hierdoor verdampt het regenwater sneller, met een drogere muur tot gevolg. Bijkomende voordelen hiervan zijn dat er zich geen mosvorming voordoet op de verlijmde stenen en dat de gevel gespaard blijft van de witte aanslag die je nogal eens op metselwerk ziet. Deze zogenaamde ‘uitbloeiïngen’ hebben onder andere te maken met het vrijkomen van kalk en/of zouten vanuit de mortel. Bij lijmmortel is dit vrijwel uitgesloten. Een ander bijkomend voordeel is dat lijmmortel al binnen de 24 uur uithardt, zodat er op korte tijd meerdere lagen op elkaar gezet kunnen worden.

Prefab gelijmde gevel | OmnicolPrefabricage
De sterkte en de snellere uitharding maken de vervaardiging van prefab delen, bestaande uit enkel baksteen en lijm, mogelijk. Ook dit is allang niet meer experimenteel en wordt al veel toegepast. Voor een goed eindresultaat dient bij prefab gevellijmwerk in de voorbereiding veel aandacht te worden besteed aan aspecten als montagevoegen, toleranties, bouwkundige detaillering, transport en montage.

Bij een goede voorbereiding gelden de volgende voordelen:
• Bouwtijdverkorting, hoger bouwtempo en mogelijk steigerloos bouwen
• Minder afhankelijk van weersinvloeden tijdens de bouw
• Productie onder geconditioneerde omstandigheden waardoor een hogere kwaliteit mogelijk is en reductie van faalkosten
• Minder aanwezige disciplines op de bouw en minder bouwafval
• Grote diversiteit aan metselpatronen eenvoudiger toepasbaar
• Besparing van lateien en geveldragers

Milieuvriendelijk
Lijmen is sowieso duurzaam. Maar ook op het vlak van energiebesparing doet deze methode zijn duit in het zakje. Door de sterkte van de lijm wordt het mogelijk om smallere stenen te verlijmen, waardoor er meer ruimte vrijkomt in de spouw om te isoleren. En dit zonder bewoonbaar oppervlak te verliezen. Op die manier kan men tot 4 cm extra isoleren of tot 16 cm extra woonruimte winnen. Slimme steenfabrikanten bieden daarom nu al deze smalle stenen aan of stenen die anderzijds zijn aangepast op het verlijmen.

Prijsgunstig
Verlijmen is prijsgunstig, in de eerste plaats omdat er geen voegwerk meer nodig is. Bovendien kunnen aannemers die de techniek goed in de vingers hebben en/of de modernste meng- en pompmachines hanteren, sneller werken dan bij traditioneel metselwerk. Reken daarbij dat het verbruik van lijmmortel lager is dan metselmortel en je komt tot de conclusie dat het verlijmen van stenen niet duurder is dan traditioneel metsel- en voegwerk. Reken wel dat er iets meer stenen in een m2 gaan, daar de voeg opmerkelijk dunner wordt. Bij stenen van een ‘groter’ formaat speelt dit minder.

Een misvatting, juiste terminologie
Lijmen van baksteen is geen dunbed-methode maar wordt wel vaak zo benoemd. Dunbed komt uit het Duits en is synoniem voor bijvoorbeeld het lijmen van kalkzandsteen of cellenbeton. Dit zijn vaak grotere elementen met een gelijke afmeting die worden verwerkt met een zeer dunne voeg.

We zien ook dat dunmetselen in de lift zit. Dunmetselmortel biedt esthetisch wel hetzelfde zicht als gelijmd metselwerk, maar is kwalitatief veel minder goed dan lijmmortel. Zie dit als een techniek die tussen lijmwerk en traditioneel metselen in zit. Ten slotte zijn er stenen op de markt die het zicht van gelijmd metselwerk willen benaderen, wat wijst op het succes van de dunne voegen. Helaas gaat het ook met dit product enkel om het zicht en worden de kwaliteit en de voordelen van lijmmortel niet benaderd.

Gelijmde baksteen is niet meer weg te denken uit het hedendaagse straatbeeld. Spreek gerust Omnicol aan als je plannen hebt in die richting en nog met vragen zit. Als pionier van het eerste uur is alle kennis in huis om samen ieder project tot een succes te maken.

© OMNICOL september 2017

 

Geplaatst in Overig

augustus 22nd, 2017 door Omnicol

Zo, de bouwvak ofwel het bouwverlof is ten einde. Lekker zo’n 3 weken de batterij op kunnen laden en hopelijk ook geen mails bekeken zodat je een écht vakantiegevoel hebt kunnen ervaren. Die smartphone is leuk, maar als we niet oppassen zijn we dagelijks met ons werk bezig. En juist de vakantie is bedoeld om optimaal te ontspannen, nieuwe ideeën op te doen en het hoofd leeg te maken.

Ken je het ‘social detoxen’?
Er is een tegenreactie op het vele gebruik van de smartphone en het constant online zijn ontstaan. Een social detox houdt in dat je geen sociale media checkt, niets plaatst en (mede daardoor) ook geen meldingen ontvangt. Het idee is dat je minder onrust voelt, tijd hebt voor andere dingen en opnieuw leert focussen op één taak tegelijk, in plaats van je te laten leiden door iedere melding die binnenkomt. Onderzoeken laten al jaren zien dat sociale media ons afleiden en ervoor zorgen dat we het steeds moeilijker vinden om ons langere tijd op één ding te focussen. Voor wie op zoek is naar dat gevoel van vrijheid en aandachtiger en productiever wil werken, lijkt een social detox dus de moeite waard. Bewuster omgaan met sociale media kan wonderen doen voor je productiviteit, creativiteit en gevoel van vrijheid.

Misschien hadden we dit beter vóór de vakantie als tip kunnen meegeven!

Traditiegetrouw starten kort na het verlof vele nieuwe projecten op. Daarmee zitten we meteen weer in de dagelijkse realiteit en kunnen we tot de kerst flink aan de gang.

Aantrekkende markt
De bouwsector heeft de opgaande lijn weer te pakken. De groei doet zich voor binnen alle deelsectoren, maar het is toch vooral de aantrekkende vraag in de (nieuwbouw-) woningmarkt die de sector op sleeptouw neemt. De prijsvorming laat wel nog steeds te wensen over. De concurrentie is onverminderd groot en zo ook de honger naar bouwproductie. In de aanbestedingsmarkt wordt op het scherpst van de snede ingeschreven. Dit laat onverlet dat het sentiment in de sector overtuigend aan het kantelen is. De groei van de bouwproductie oogt zowel dit jaar als de komende tijd solide. Met name de positieve ontwikkeling in de woningmarkt geeft reden tot optimisme, ondanks dat de verschillen per regio groot zijn. De urbanisatie in en rondom de grote steden geeft duidelijk blijk van meer dynamiek in de woningmarkt.

Trends
Een aantal items zijn hot: ketensamenwerking, transformatie, creatie van toekomstbesteding vastgoed en duurzaamheid. Unaniem is de sector het er over eens dat de schakels in keten ‘gedwongen’ zullen worden samen te werken teneinde consumenten/bedrijven nieuwe producten en productiemethoden te bieden. Vele initiatieven zijn al jaren bekend, maar lijken omarmd te gaan worden in een streven naar klantgerichte huisvestingsvormen. Een deel van deze initiatieven omvat transformatie van langjarig leegstaande panden (veelal kantoren) naar (studenten)woonruimte, zorgwoningen en themacentra. Vooral beleggers zullen nadrukkelijker gaan inzetten op toekomstbestendig vastgoed, ofwel naar hergebruiksmogelijkheden in het belang van waarde behoud. Alle initiatieven hebben hierbij één zaak gemeen: duurzaamheid is geen onderscheidend kenmerk meer, maar een basisvoorwaarde.
Het is dus weer werken geblazen! Flink aanpakken en de kansen die er liggen pakken en benutten. Ook wij zijn weer fris en monter om je gedurende de komende piekperiode met raad en daad bij te staan.

© OMNICOL augustus 2017

 

Geplaatst in Overig

juni 22nd, 2017 door Omnicol

Als we in het woordenboek kijken, wordt garantie omschreven als ‘waarborg – zekerheid’. Dat is ook precies wat het moet zijn. En wel zonder dat daarbij allerlei kleine lettertjes komen kijken – iets dat we vaak ervaren bij andere ‘waarborgen’ zoals bijvoorbeeld verzekeringen. Wij als Omnicol verstrekken al sinds jaar en dag garantie op onze producten en werkwijzen die uitgevoerd worden conform onze richtlijnen. Helder, transparant en zonder valkuilen. Voor jou als vakman een wapen om de opdrachtgever nóg beter te kunnen overtuigen.

Hoe werkt het?
Wij hanteren een stappenplan dat ‘projectmanagement’ wordt genoemd. Dit start met een adviesgesprek.

Aan de hand van de wensen van de opdrachtgever worden samen met jou de juiste specificaties bepaald. Functionele en esthetische wensen komen in de praktijk niet altijd overeen. Daarom staan wij je terzijde met kennis van het product, verwerkingstechnieken, ondergronden en actuele regelgeving. Op deze manier wordt de meest geschikte aanpak afgestemd op de specifieke wens en weten alle partijen vooraf wat ze kunnen verwachten.

Stap twee is de analyse van het project. Deze stap gaat dieper in op het project door het in een bredere context te plaatsen. Het beoogde eindresultaat en zwaarwegende bepalende factoren, zoals planning, oplevering en budgettering worden daarin meegenomen. Onze projectbegeleider combineert daarbij jarenlange praktijkervaring met de kennis van randvoorwaarden als wet- en regelgeving, richtlijnen en normen gericht op onder andere veiligheid en duurzaamheid. Hierdoor krijg je inzicht in alle mogelijke valkuilen en onduidelijkheden. Deze analyse vormt de basis voor een volledig projectgericht advies.

Het projectadvies vloeit voort uit de hierboven beschreven analyse. Hierbij zijn alle bepalende zaken meegenomen en afgezet tegen het beoogde eindresultaat. Het uitgebreide advies vermeldt alle relevante gegevens, beschrijft aandachtspunten en de benodigde producten worden helder en stap voor stap beschreven. Met deze tools op zak kun je met een gerust hart starten, het enige dat nog moet gebeuren is het aanmelden van het project bij de daadwerkelijk start. Dit kan overigens ook digitaal.

Gedurende de realisatie kun je een intensieve begeleiding van ons verwachten. Met onze vakkennis zorgen we ervoor dat je de juiste producten en hulpmiddelen inzet, zodat deze door jou als vakman op de juiste wijze worden toegepast. Daarom bezoekt onze projectbegeleider het project regelmatig om de voortgang te bewaken en daar waar nodig vooral met raad (en soms ook daad) te ondersteunen. Tijdens deze projectbezoeken voeren we controles uit, zodat de vooraf afgestemde kwaliteit gewaarborgd wordt. Van ieder bezoek wordt een uitgebreid rapport gemaakt. Hierin staat niet alleen de voortgang van het project, maar het bevat ook aanbevelingen en verbeterpunten. Je ontvangt van elke controle een uitgebreide rapportage. Op deze manier streven we constant naar optimale kwaliteit en een tevreden eindklant.

Omnicol waarborgt de constante kwaliteit van haar producten en geeft daarom dan ook met alle plezier garantie. In overleg wordt bij aanvang van het project de garantietermijn vastgesteld. Deze kan variëren van vijf tot tien jaar, afhankelijk van het type product en de betreffende verwerkingswijze.

Voorwaarde om aanspraak te maken op de garantie is dat je gebruik hebt gemaakt van de projectbegeleiding door Omnicol-specialisten. Als bij oplevering alle afspraken en adviezen zijn opgevolgd, is het garantiecertificaat het logische gevolg. Zo geef jij je klant optimale zekerheid.

Met de door ons verstrekte heldere garantie sta je als vakman sterk in je schoenen richting de opdrachtgever. Twee vliegen in één klap dus. Mooier en, misschien niet onbelangrijk, ‘makkelijker’ kunnen we het niet maken. Samen gaan we voor het beste resultaat.

© OMNICOL juni 2017

 

Geplaatst in Overig

juni 13th, 2017 door Omnicol

Een vlakke en draagkrachtige ondergrond is de basis van iedere verdere afwerking. Dit geldt voor zowel wanden als vloeren. Soms is het noodzakelijk om de ondergrond eerst te egaliseren voordat deze geschikt is voor een volgende bewerking. Eerder spraken we al over het glad maken van vloeren, we focussen nu op de wand.

 De term egaliseren heeft uiteraard te maken met egaal, dat ontleend is van het Franse égal (gelijk, gelijkmatig), uit het Latijnse aequalis (gelijk, overeenkomstig).

Een veelgebruikt bouwmateriaal om wanden strak te maken is gips. Dit is voordelig, overal beschikbaar en makkelijk en goed af te werken met een glad oppervlak als eindresultaat. In negen van de tien gevallen volstaat een gipsen wand, zeker binnenshuis. Er zijn echter wat uitzonderingen. Juist die willen we benoemen. Want er is één ding waar gips niet zo goed op reageert: vocht. Dus wanneer we spreken over toepassingen buiten of in badkamers, dan zijn gipsen of gipshoudende producten niet de aangewezen producten om te gebruiken.

Als de wand uiteindelijk wordt afgewerkt met tegels is de keuze van de te gebruiken lijm afhankelijk van de ondergrond. Op gips adviseren wij altijd een pasteuze lijm, omdat deze lijmen geen gebruik maken van cement als bindmiddel. Nagenoeg alle poederlijmen zijn wel gemaakt op basis van cement.

Voegt men cement, gips en vocht samen dan is de kans groot dat er problemen ontstaan. Een vaak gehoorde term is dan ‘ettringiet’. Ettringiet ontstaat wanneer sulfaten reageren met het gehydrateerde tricalciumaluminaat en de opgeloste kalk van verhard cement. Dit wordt sulfatatie genoemd. Het gehydrateerd calciumsulfoaluminaat (ettringiet) is bijzonder expansief en daarom een potentieel risico. Zie het als een zout dat in volume toeneemt. Hierdoor komt tegelwerk los te zitten. Misschien komen holklinkende tegels op een douchewand je wel bekend voor?

Daarom worden wanden in vochtige ruimten (zoals badkamers etc.) geëgaliseerd met cementhoudende producten. Deze zijn beter bestand tegen vocht en voorkomen het hierboven geschetste probleem. De mortels worden gemaakt in verschillende samenstellingen en zijn ware technische hoogstandjes. De grofheid staat in relatie tot de laagdikte die in één bewerking aangebracht kan worden. Is een dikkere laag noodzakelijk dan kies je een mortel die dit aankan. Er zijn vele factoren die de droging beïnvloeden. Wij benoemen: de aangebrachte laagdikte, omgevingstemperatuur, trek (luchtverplaatsing bij bijvoorbeeld deur- of raamopeningen) en luchtvochtigheid. Maar ook de samenstelling en keuzes in mortels zijn aangepast op de droging. Snelle varianten zijn sneller droog en daardoor eerder klaar voor de volgende (eind)afwerking. Er zijn ook varianten die verspuitbaar zijn, waardoor er gemakkelijk een groot oppervlak afgewerkt kan worden.

Keuze genoeg dus en met een weloverwogen keuze en juiste verwerking krijg je iedere wand keurig glad.

Succes.

© OMNICOL juni 2017

 

Geplaatst in Overig