header

Categorie: Tegeltechniek

juli 15th, 2021 door Omnicol

–  Pla de l’Os, Joan Miró’s pavement mosaic, 1976

Ofwel kunstwerken gemaakt met tegels. Overal ter wereld tref je hier inspirerende voorbeelden van aan. Soms van een anonieme kunstenaar, maar ook de grote namen hebben zich eraan gewaagd. Als je bedenkt dat in bijvoorbeeld in de oude stad Pompeï de mooiste mozaïeken zijn teruggevonden kun je wel stellen dat kunstenaars zich onsterfelijk hebben gemaakt door tegels te gebruiken. Dit in het achterhoofd houdende, moet het niet moeilijk zijn om een klant te overtuigen van ‘duurzaamheid’!

Een korte inleiding/vertaling van een interessant artikel dat we recent tegen kwamen over tegels en kunst. Dat is weer eens wat anders dan een technisch onderwerp en mogelijk voor de vakmensen onder ons een stukje ontspannende vakantielectuur!

Picasso, Miró en Gaudí maakten van tegels meesterwerken. Nu eist een nieuwe generatie creatievelingen ze weer op.

Tegels zijn een van de meest opvallende voorbeelden van openbare kunst in steden over de hele wereld. Verschillende soorten brengen leven en kleur in bijvoorbeeld ondergrondse ruimtes: van popart pionier Eduardo Paolozzi’s mozaïekmuurschilderingen in de London Underground (Bekijk meer over dit project) tot de caleidoscopische Blooming-muurschildering van kunstenaar Elizabeth Murray (1996) en Chuck Close’s fotorealistische Subway Portraits (2017), die in de metro van New York werden geïnstalleerd. (Bekijk meer over dit project).
Deze werken, zoals veel openbare kunst, zijn een postmoderne tweevingerige groet aan steriele stadsplanning en een middel om kunst naar de massa te brengen.

– 59th Street/Lexington Avenue-59th Street, ELIZABETH MURRAY, Blooming, 1996

– Eduardo Paolozzi, Rotunda, Tottenham Court Road station, 1984. Photo: Thierry Bal, 2016

Antoni Gaudí, de vader van het Catalaanse modernisme, verkende trencadís. Dat is een techniek die wordt gebruikt om abstracte vormen met mozaïeken te bedekken. Zo vormde hij delen van Barcelona om tot zijn eigen kunstwerken. Zijn gebouwen zijn een organische ode aan de asymmetrie van de natuur. De surrealistische schilder, beeldhouwer en keramist Joan Miró, die in dezelfde stad werd geboren, nam zijn kunst ook mee de straat op. Zijn kleurrijke abstracte Pla de l’Os-mozaïek is nog steeds te zien op de stoep in het centrum van La Rambla. (Bekijk meer over dit project).

Net als Miró was Pablo Picasso een fervent keramist. Hij experimenteerde met aardewerk, met name terracotta, om beschilderde plaquettes te maken na zijn bezoek aan de Madoura Pottery Studio in Zuid-Frankrijk in 1946. Beide kunstenaars deelden ook een gemeenschappelijke basis bij het maken van openbare kunstwerken bestemd voor Chicago – nu een mekka voor stadskunst-  waarvan de meest tot de verbeelding sprekende te vinden is in de stadswijk “The Loop”.
Hoewel het aanbod van Miró en Picasso geen tegels bevatte, is Chicago een metropool die barst van de heldere, kleurrijke mozaïeken. Met name de Four Seasons van Marc Chagall op het Chase Tower Plaza is erg populair. Het werd onthuld in 1974 (toen de kunstenaar 87 was), het was de laatste van meer dan 20 openbare kunstmozaïeken geproduceerd door Chagall. De surrealistische motieven weerspiegelen de belangrijkste thema’s van zijn werk. “De seizoenen vertegenwoordigen het menselijk leven, zowel fysiek als spiritueel, in verschillende leeftijden,” verklaarde hij.

Lees meer via deze link

De teksten zijn in het Engels, maar de erbij geplaatste foto’s spreken tot de verbeelding!

Als afsluiter wordt verwezen naar het Groninger Museum, waar Alessandro Mendini tegels heeft gebruik om het unieke ontwerp nog krachtiger te laten spreken.
Tegels. Een materiaal van alle tijd en zelfs door de groten der aarde tot kunst verheven.

Het hele Omnicol team wenst je alvast een hele fijne vakantie!!

 

Bron/Source: Financial Times Jackie Daly, September 27, 2020.

© OMNICOL – juli 2021

Geplaatst in Tegeltechniek

juni 14th, 2021 door Omnicol

voegen van tegelwerk

Tegelwerk zonder voegen komt nagenoeg nooit voor. Nadat de tegels zijn aangebracht wordt de wand of vloer afgewerkt door de voegen te vullen met een voegmiddel. Mooi voegwerk is allesbepalend voor schitterend tegelwerk als eindresultaat, het is de kroon op je tegelwerk. Omdat het een product is dat direct zichtbaar is, zijn er een aantal (best nog wel wat) aandachtspunten om te zorgen dat alles vlekkeloos verloopt. We nemen je even mee…

 

Hoe deden we het
Traditioneel werd tegelwerk ingevoegd met een ter plekke gemengde zand/cement mengsels en dat ging bijna altijd goed. Maar de tegels van vandaag zijn niet meer de tegels die het 20 of 10 jaar geleden waren. Door de veranderde samenstellingen van tegels en ondergronden is er behoefte aan aangepaste voegmaterialen. Fabrieksmatig gemengde voegmortels en dan ook nog in vele verschillende soorten zijn tegenwoordig standaard. Belangrijk is om de juiste materiaalkeuze te maken!

En nu
Elke tegelzetter kiest zijn tegellijm in functie van het toepassingsgebied, tegelsoort, type ondergrond en plaats (binnen of buiten, wand of vloer). Dit moet ook gebeuren voor de voegmortel. Er bestaat een Europese norm voor onder andere cementgebonden voegmortels, vervat in de EN-13888. De minimale eisen die van toepassing zijn op de fundamentele karakteristieken van een cementgebonden voegmortel komen overeen met de aanduiding CG1. Aan deze fundamentele eigenschappen kunnen nog bijkomende eigenschappen worden toegevoegd die de kwaliteit van de voegmortel verbeteren. Het gebruik van genormeerde voegmortels wordt sterk aanbevolen. Daarnaast is een groot voordeel dat deze kwalitatieve voegmortels beschikbaar zijn in een uitgebreid kleurenpallet dat perfect aansluit bij moderne tegelgamma’s.
De juiste keuze van de voegmortel is een eerste stap in het afwerken van kwalitatief tegelwerk. Minstens even belangrijk is de tweede stap: het correct verwerken! Handige video’s benoemen alle stappen bij de verwerking en laten duidelijk zien hoe je tot het beste resultaat kunt komen.

 

Zuigende ondergrond
Niet het eerste waar je aan denkt, maar dit is wel degelijk van invloed op het uiteindelijke resultaat. Denk aan ongelijke voegdiepte en verschillende ondergronden. Wellicht hebben de tegels geglazuurde randen. Al deze factoren hebben invloed op de droging en kunnen dus ook de uiteindelijke kleur van de voeg bepalen. Als we dit vooraf al weten kunnen we hierop anticiperen.

Slijtvastheid
Je kunt je indenken dat er op dit vlak best wat gevraagd wordt van de voeg. Tegels kenmerken zich door duurzaamheid en ook de voeg krijgt heel wat te doorstaan. Hardheid en slijtvastheid zijn dus vaste elementen die meegenomen worden bij de ontwikkeling van voegmortels en worden ook als eis benoemd in de norm.

Gerectificeerde tegel = een smalle voeg
Meer en meer tegels zijn gerectificeerd en bijzonder maatvast. Dan is niets mooier dan deze te verwerken met een zo smal mogelijke voeg, waarbij wij zeggen dat 2 mm echt wel het minimum is. De smalle voeg stelt hogere eisen aan de voegmortel. Voegmortels hebben vocht nodig om uit te kunnen harden. Wanneer in zulke smalle voegen worden aangebracht kan het noodzakelijke vocht ontbreken waardoor de voeg nooit goed hard kan worden. Dan is het toepassen van aangepast voegmateriaal aangewezen. Andersom zal een te nat aangemaakte voeg (vloer) vaak na droging meer kans geven op (krimp)scheuren door een teveel aan water.

Welke voegmortel?
Er zijn veel varianten en de ontwikkeling staat nooit stil. Meestal zie je dat er in de productnaam een verwijzing is opgenomen naar de voegbreedte. Voegmortels bestaan uit een basis van cement, vulmiddel, harsen maar er zijn ook voegen op basis van epoxyharsen. Epoxy heeft een hele specifieke toepassing, maar daarover een andere keer meer. We richten ons in dit BLOG op de cementgebonden voegmortels.
Iedere voegmortel heeft zijn specifieke eigenschappen, van grof tot fijn, van flexibel tot extreem slijtvast. De juiste keuze maakt men door alle factoren mee te laten wegen waarbij het uiteindelijke gebruik van de betegelde ruimte het meest doorslaggevend zal zijn.

De verwerking zelf
De eerder benoemde video’s maaien de schrijver het gras voor de voeten weg. Naast een juiste verwerking zijn er toch ook nog omstandigheden die medebepalend zijn voor het eindresultaat. Een paar van die ‘wetenswaardigheden’ benoemen we toch graag nog even:

  • Geglazuurde of vol keramische tegelranden zorgen voor een langzamere droging waardoor men langer moet wachten met de opvolgende handelingen.
  • De achterblijvende cementsluier op tegels is vaak moeilijker te verwijderen bij harshoudende mortels en de ruwere tegels omdat het materiaal goed hecht.
  • Gebruik om kleurverschillen te voorkomen per ruimte uitsluitend kleuren met gelijke chargenummers.
  • Grondig en homogene aanmaak d.m.v. machinale menging om werkzame bestanddelen te activeren en zo verkleuringen te voorkomen.
  • Een te vochtige ondergrond, een teveel aan aanmaakwater, kan leiden tot kleurverschillen in de voeg. De aangemaakte voeg droogt veel lichter op dan in eerste instantie lijkt. Er kunnen kleine kleurverschillen ontstaan vanwege de natuurlijke, minerale grondstoffen.
  • Afwijken van de voorgeschreven hoeveelheid aanmaakwater doet afbreuk aan de waterdichtheid, sterkte en kleur van de voeg.
  • Om o.a. bont opdrogen te vermijden is de ideale temperatuur van de omgeving en de ondergrond tussen de 10º C en 20º C en kun je tocht het beste vermijden. Houd hier zeker ook rekening mee voor buitentoepassingen.

Bovenstaande zorgt voor een egaal opkleurende en kwalitatief goede voegvulling.

Voegen is de handtekening van de tegelzetter
Voegen is vaak een materie waar wat luchtig over gedaan kan worden. Toch is het visueel bepalend voor uw tegelwerk en verdient het de volle aandacht. Al is de tegel nog zo mooi; het is de combinatie met de voeg die het eindresultaat bepaald. Wij zien het als de kroon op je werk als tegelzetter. Lees je in, bekijk met welke materialen je te maken hebt en denk liefst 3x na voordat je aan de slag gaat. Dan zijn we er zeker van dat het goed gaat komen en dat er straks een fantastisch tegelwerk kan worden opgeleverd aan een tevreden klant!

 

© OMNICOL – juni 2021

Geplaatst in Tegeltechniek

april 19th, 2021 door Omnicol

Vloerverwarming is populair. Logisch, want wie bewust voor vloerverwarming kiest, kiest niet alleen voor comfortabele warmte en zuinig energieverbruik, maar ook voor een verwarmingssysteem dat volledig onzichtbaar is. Omdat de temperatuur een graadje lager kan staan, bespaar je met vloerverwarming onder je tegels op je energierekening. Ook is een vloerverwarming of vloerkoeling goed te combineren met duurzame energiesystemen zoals HR-ketels, warmtepompen of zonneboilers omdat er met lage wateraanvoertemperaturen kan worden gewerkt.

Een tegel is de beste keuze als afwerking voor uw vloerverwarming. Dit vanwege meer dan een reden. De belangrijkste is dat de tegelvloer het best in staat is om de warmte vanuit het verwarmingssysteem te geleiden en door te geven. De overige voordelen van een tegelvloer zullen we hier niet behandelen, wel willen we wat dieper ingaan op de aandachtspunten voor het plaatsen van de tegels.

De meest gebruikte toepassing is een warmwaterbuizensysteem dat in de dekvloer wordt geplaatst. Ook zie je wel elektrische vloerverwarming, al kom je die eerder tegen bij renovaties en daar waar men door beperkte vloerdikte gedwongen is een dunner vloerpakket te gebruiken.

Droge- en natte systemen
Bij een ‘droog systeem‘ worden de buizen in een voorgevormde constructie van vormplaten geleverd, waarin de verwarmingsbuizen komen te liggen met daarop een geleider (bv. aluminium platen).
Bij een ‘nat systeem’ wordt er na de uitvullaag een isolatielaag aangebracht. Daarna wordt er een dekvloer geplaatst met daarin de verwarmingsbuizen.
Een alternatief voor de traditionele cementdekvloer is een vloeichape (NL: gietdekvloermortel), op basis van anhydriet of cement. Globaal zal de opbouwhoogte voor een vloerverwarmingssysteem minimaal 15 tot 20 cm dik zijn.
Het is aan te bevelen om de vloerverwarming op te starten en af te koelen voordat er met het leggen van tegels wordt begonnen. Elke vloerverwarming fabrikant heeft hiervoor een opstart –en afkoelprotocol dat stipt dient te worden opgevolgd. De dekvloer krijgt zo de gelegenheid om de thermische spanningen op te vangen én de buizen kunnen gecontroleerd worden op lekkage. De wisselende temperaturen doen de leidingen van het vloerverwarmingssysteem en de ondervloer regelmatig uitzetten en krimpen.

Vloer koeling kom je tegenwoordig ook weleens tegen. In basis is dit systeem gelijk aan verwarming en treden hierbij dezelfde fenomenen als verandering van temperatuur op. We gaan hier verder niet in detail op in, maar de geschetste aandachtspunten voor -verwarming- mag je zo overnemen bij -koeling-.

Ontkoppelen of niet?
Dit is een keuze die ofwel om esthetische reden ofwel omwille van tijd kan worden genomen. Nodig is het zeker niet in alle gevallen, zeker niet bij het gebruik van de juiste lijm!
Om het dilatatiepatroon in de dekvloer gunstig te beïnvloeden kan een ontkoppelingsmembraan geplaatst worden op de dekvloer. Hiermee kunnen tegels dan eventueel ook in andere verbanden worden gelegd, wat esthetisch handig is bij bijvoorbeeld een keramische parketimitatie. Afhankelijk van de ontkoppelingsmat kunnen zelfs dilatatievelden vergroot/vermeden worden. Doe dit altijd in overleg met de fabrikant van de tegels en de lijm. Wanneer u ontkoppelt kan u ook onmiddellijk aanvangen met het betegelen. Respecteer na het plaatsen van de tegels wel altijd het opstartprotocol.

Keuze tegellijm
De minimum eis voor het plaatsen van tegels op vloerverwarming is een C2-lijm. S1 of S2 lijmen zijn het meest flexibel en dus meer aangewezen bij grotere tegelformaten, en bij grotere temperatuurschommelingen.
Niet alleen de vloerverwarming maar ook andere invloeden van buitenaf, veroorzaken grotere mechanische belastingen op het tegeloppervlak. Denk hierbij aan de kleur van de tegel (donkere tegels) in combinatie met de nabijheid van grote glasoppervlakken / raampartijen (bijvoorbeeld in showrooms) waardoor zonlicht ongehinderd de vloer flink kan opwarmen.

Van groot belang is dat er moet gestreefd worden naar 100% lijmoverdracht. De tegellijm fungeert namelijk ook als warmtegeleiding en op die manier wordt het vloerverwarmingssysteem ten volle benut. Holle (lucht)ruimtes zijn dan een nadelige isolatie en beïnvloeden de warmtegeleiding negatief. Daarnaast krijg je dan ook een hol klinkende vloer wat als zeer storend wordt ervaren. Om voldoende contactoppervlak te verkrijgen is de geijkte methode gekend: dubbelzijdige verlijming. Houd natuurlijk de tegels vrij van kolommen, kozijnen en andere verticale bouwdelen.

Tegenwoordig worden flex-lijmen ingedeeld in S1 en S2. Wat is dit nu precies, hoe werkt het en wanneer moet ik die inzetten? Flex staat natuurlijk voor flexibel maar dat begrip is vrij algemeen. Een cementgebonden product dat flexibel is, kan dat wel? Ja dus. Flexlijmen zijn polymeer-gemodificeerde samenstellingen waarin de gemengde toegevoegde harsen reageren met de cement om zo de fysische en mechanische eigenschappen te verbeteren, zoals verhoogde hechting, verminderde krimp en lagere waterabsorptie. Belangrijkste eigenschap van de toegevoegde harsen bij S1 en S2 lijmen is de toegenomen sterkte en flexibiliteit van de lijmmortel.

Technisch…
Een verbeterde lijm met hoge hechtsterkte is geschikt voor minder absorberende natuurstenen en vol-keramische tegels voor zowel interne als externe toepassingen. Het bijzondere aan een flexlijm is dat deze uithardt zonder merkbare krimp te ondergaan. Daardoor is dit het aangewezen product voor vervormbare ondergronden die onderhevig kunnen zijn aan beweging zoals de uitzetting of krimp bij het toegelichte gebruik van vloerverwarming. Lijmen zoals de PL200 omnicem met een S2 classificatie zijn de meest ‘flexibele’ lijmen en dat is daarmee een alleskunner.
De flex van een lijm werkt tweeledig. Het heeft een gunstig effect op de sterkte/hechting en de vervorming die het kan opnemen maakt dat het toegepast kan worden op niet altijd even stabiele ondergronden. Het vormt dan een vervormbare laag tussen de starre tegel enerzijds en de bewegingen (krimp/uitzetting/schokken) die in de ondergrond plaats vinden.

 

Wil je ook andere voordelen van tegels weten?
En weet je waar je op moet letten als je voor tegels kiest?
Kijk dan op www.meerwaardevantegels.nl

 

 

© OMNICOL – april 2021

Geplaatst in Tegeltechniek

oktober 12th, 2020 door Omnicol

De ‘ondergrond’

Wanneer wij gevraagd worden welk product men het beste kan gebruiken, is men vaak verrast door de hoeveelheid wedervragen die deze relatief simpele vraag oproept.

We willen eens wat dieper ingaan op het fenomeen ondergrond. Voor ondergrond kun je genoeg synoniemen vinden, maar denk vooral aan fundament of basis. Bij lijmverbindingen in de bouw is de basis waarop de lijm wordt aangebracht van wezenlijk belang voor het uiteindelijke resultaat.

In bijna alle productbladen en verwerkingsadviezen kom je quasi dezelfde zin tegen: “Alleen toepassen op droge, draagkrachtige, olie-, vet-, vuil- en stofvrije ondergronden”.
Vooral de term “droog” is een relatief begrip. Per materiaalsoort zijn hier tabellen voor, maar soms kan het ook wenselijk zijn dat de ondergrond wel eerst bevochtigd wordt. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker en overzichtelijker op.

Constructief
We moeten er zeker van zijn dat de constructieve opbouw van de ondergrond geschikt is voor het aanbrengen van een verlijmde afwerking, met welk materiaal dan ook. Dit houdt onder andere in dat er rekening moet worden gehouden met uitzettingsvoegen, mogelijke belasting op gebied van gewicht, trillingen, vocht, vorst, chemicaliën en wisselende temperaturen.

Materiaal
Waarvan is de basis waarop je wilt gaan lijmen gemaakt, welk materiaal is dit? Als we ons even beperken tot tegels die we willen lijmen, dan kunnen we navolgende materialen allemaal tegenkomen: beton , cellenbeton, kalkcementpleister, kalkzandsteen, bestaand tegelwerk, gipsblokken, buitengevel-isolatie, gipspleister, polystyreen tegelelementen, gipskartonplaat, cementdekvloer, gipsvezelplaat, anhydriet, cementgebonden plaat en hout.
Dit is al een hele opsomming en ook wij leren nog dagelijks, want er komen voortdurend nieuwe materialen bij. Ieder materiaal gedraagt zich weer op zijn eigen specifieke manier en vraagt om een daarop afgestemd advies.

Leef-tijd & conditie
Hoe ziet de basis eruit en waarom gaan we er iets op lijmen? Wellicht is het niet bruikbaar als eindafwerking en is hetgeen wij erop willen aanbrengen de esthetische afwerking (denk aan tegels op een cementdekvloer) ofwel is het een oudere basis met al een heel leven achter zich die we willen verfraaien (denk aan nieuwe tegels-over-oude tegels).
Een zogenaamde ‘verse’ ondergrond is nieuw en net geplaatst. Dan is het van belang om te zien hoeveel vocht er nog aanwezig is. Met grote regelmaat wordt er door onze buitendienst vochtmetingen gedaan van de diverse ondergronden. Pas bij een voldoende droge ondergrond, mag er gestart worden met de lijmwerken.
Het restvocht hangt dan weer samen met de leeftijd. Het spreekt voor zich dat een bestaande betonvloer ‘droog’ zal zijn en dat een net gestorte vloer tijd nodig heeft om goed uit te harden. Vandaar dat bij specifiek beton als eis gesteld wordt dat deze minimaal 3 maanden oud moet zijn.

Omdat tijd steeds meer onder druk staat in de hedendaagse bouw, en alles dus steeds sneller moet, kunnen er in de lijm zelf aanpassingen worden gedaan zodat die eerder aangebracht kan worden op ondergronden die nog restvocht bevatten. Leuk en handig, maar onthoud één ding: hoe langer je kunt wachten, hoe beter! Soms laat de tijd zich niet dwingen.
Kijken we naar een ‘oude’ ondergrond, dan heeft die al een heel leven achter zich. Laat bijvoorbeeld de verflaag los, of is hij/zij altijd met een bepaald schoonmaakmiddel onderhouden? Dan moeten we die oude laag er eerst zo goed mogelijk af halen. Schuren, stralen of ontvetten is dan noodzakelijk.

Scheuren?
Het kan voorkomen dat er in de basis scheuren waarneembaar zijn. Het zou fijn zijn als we weten waar dat die vandaan komen. Met andere woorden: wat is de oorzaak van de scheur? Is het een zetting of is het krimp van de ondergrond? De kans is groot dat scheuren in de ondergrond zich opnieuw manifesteren in de afwerking die je erop aanbrengt. Vandaar dat we bij tegelwerk grotere vlakken voorzien van uitzettingsvoegen. De ondergrond (al dan niet voorzien van scheuren) gedraagt zich 9 van de 10 keer anders qua krimp en uitzetting dan het materiaal dat je erop wilt verlijmen. Een lijmlaag mag dan wel flexibel zijn, verwacht hier geen wonderen van. Door het aanbrengen van deze uitzettingsvoegen (dilataties) voorspellen we eigenlijk de plaats waar de werking zijn gang mag gaan, zonder dat dit hinderlijk wordt in de esthetische afwerking.

Voorbereiden
We kunnen natuurlijk de gesteldheid van de ondergrond wijzigen. Voor het verlijmen kunnen we een voorstrijkmiddel aanbrengen dat ervoor zorgt dat 1) de zuiging vanuit de ondergrond wordt verminderd en 2) de hechting van de lijmlaag wordt verbeterd. Daarnaast zorgt een voorstrijk ervoor dat eventueel nog aanwezig stof vast komt te zitten aan de ondergrond. Mogelijk is het wenselijk om de ondergrond te beschermen tegen vochtindringing. In dat geval kan, vóórdat we gaan lijmen, een waterdichte laag aangebracht worden, hetzij middels een vloeibaar of pasteus middel, hetzij door bijvoorbeeld een afdichtingsmat. Het kan ook zo zijn dat, voordat we de gekozen afwerking de ondergrond kunnen aanbrengen, deze eerst nog vlak(ker) gemaakt moet worden. Egalisatiemortels zijn dan een uitkomst.

Je merkt wel dat we met veel zaken rekening dienen te houden. En we willen liever voorkomen dan genezen, dus vinden wij een goede voorbereiding noodzakelijk. Daarom stellen wij best veel vragen van onze kant als antwoord op de eerder gestelde vraag welk lijmproduct u het beste kunt gebruiken. We willen het namelijk graag in één keer goed doen. Vandaar!

© OMNICOL – oktober 2020

Geplaatst in Tegeltechniek

juli 7th, 2020 door Omnicol

Met dit heerlijke weer is het goed toeven op je (of een) terras. Ook buiten komen keramische en/of natuurstenen tegels steeds vaker voor. Ze zijn dan ook uitermate geschikt voor een duurzame en mooie afwerking van terrassen. Met enige wetenswaardigheden als parate kennis zal niets een langdurig ‘genieten’ in de weg staan.

Binnen is niet buiten
Een terrastegel krijgt heel wat te verduren. Nu de volle zon, straks weer wat regen en in de winter kans op vorst. Om met al deze sterk verschillende omstandigheden om te kunnen gaan zijn er speciale keramische tegels voor buiten ontwikkeld. Let hier als eerste goed op bij de aanschaf. Over het algemeen kun je stellen dat tegels voor binnen niet zomaar ook buiten kunnen worden toegepast! Belangrijkste verschillen zijn de dikte en de stroefheid.

Soorten tegels
Er worden over het algemeen twee soorten keramiek aangeboden. Buitentegels met een dikte van minimaal 2 cm (tegenwoordig steeds vaker 3 cm) en keramische tegels die af-fabriek zijn voorzien van een betonnen onderlaag. Deze tegels zijn dikker en zwaarder en de keramische laag is dunner.
Van 3 cm dikke tegels of de uitvoering met een betonnen laag wordt gezegd dat deze los in een gestabiliseerde zandlaag gelegd kunnen worden. Daarnaast is er natuurlijk is er ook natuursteen voor buiten, maar wij beperken ons hier nu even tot keramiek.

Tegelwerk is buiten onderhevig aan veel grotere temperatuurswisselingen dan binnen. Deze thermische spanningen leiden tot uitzetting van het tegeloppervlak. Hoe groter het tegelformaat des te minder voegen. Er moet dan dus meer aandacht worden besteed aan uitzettingsvoegen en de voegbreedte. De voegbreedte bedraagt idealiter 1% van de langste lengte van de tegel. Voor een tegel van 60×30 cm is dat dus 6 mm. Laat je dus niet leiden door een architect die misschien een kleinere voeg wil zien. Ook de kleur van de tegel beïnvloedt de thermische spanningen.

Opbouw
Over het algemeen zijn er twee technieken voor het leggen van tegels buiten:
1) Hechtende opbouw (tegels verlijmd)
2) Niet hechtende opbouw (tegels gelegd in een zandbed)

Daarnaast zijn er ook andere vormen van niet hechtende opbouw. Denk daarbij aan tegel-draag-systemen die er in vele varianten zijn. Soms zijn deze de beste uitkomst, omdat er bijvoorbeeld geen hechtende opbouw mogelijk is.

Stroefheid
Een goed terras is een veilig terras. Kies voor een ruwere tegel of eentje met een ruwere afwerking. Vermijd gladde oppervlaktes, vooral bij nat weer kan dit heel verraderlijk zijn. Bij tegels wordt de ruwheid aangeduid met de R-waarde. Hoe hoger die R, hoe beter de grip. R10 is goed, R11 beter. Deze stroefheid is buiten eerder nodig dan binnen. De tegel moet namelijk voorkomen dat je uitglijdt!

Aandacht voor de ondergrond
Let wel dat het een utopie is om de waterdichting af te laten hangen van het tegelwerk. Tegels in combinatie met voegen zijn nooit waterdicht en er bestaat altijd de mogelijkheid dat er vocht onder de tegels komt. Water dat bevriest zet uit, dus is er kans dat de voegen, of zelfs volledige tegels, gaan barsten. Om dit zoveel mogelijk tegen te gaan, moet op meerdere zaken gelet worden. Het belangrijkst is de mogelijkheid van de ondergrond om vocht af te kunnen voeren, hetzij door opname/drainage hetzij door een goede afvoer.

De ideale buitenondergrond is een ondergrond die water doorlaat (afhankelijk van wat er zich daar weer onder bevindt natuurlijk). Een drainagemortel met daaronder een goede drainagemat zijn daarom een mooi voorbeeld van een goede buitenondergrond. In plaats van een drainagemat kun je ook een voldoende dikke laag gestabiliseerd gebroken puin gebruiken. Er kan rechtstreeks op de drainagemortel verlijmd worden, liefst – omdat het buiten is – met een met 100% verlijming van de tegel met lijm. Het tweezijdig verlijmen (buttering-floating: ofwel de ondergrond én de tegel insmeren met lijm) is de beste manier.

Uiteraard leg je het geheel op minimaal 1,5 cm per meter afschot (van het huis af) en verwerk je, bij grote oppervlakken, een goot onder het tegelwerk.

Welke lijm en voeg?
De betere ‘flex’ tegellijmen bevatten harsen die zorgen dat de lijmlaag bepaalde spanningen (uitzetting en krimp) kan opvangen. Daarom zijn juist deze producten aan te bevelen voor buitengebruik. Maar enkel de lijm kan de klus niet klaren en het is daarom van belang in systemen te denken waar meerdere producten op elkaar zijn afgestemd. Dat begint bij de ondergrond, waarna er wordt gekeken naar de gehele opbouw van de vloer tot en met de voegmortel.
Ook de voegmortel moet afgestemd zijn op buitengebruik. En ook hiervoor geldt dat door krimp en uitzetting van de gehele vloer of alleen de tegel er altijd scheurtjes in het voegwerk kunnen komen. Mede daarom is de drainage van het buitentegelwerk zo belangrijk. Als eerste doen we er alles aan door met de gebruikte producten het indringen van vocht te beperken tot een minimum. Maar als het vocht er dan toch doorheen gaat, dan moet het wel goed zijn weg kunnen vinden.

Alvast een hele fijne zomer en geniet van je terras!!

© OMNICOL – juli 2020

Geplaatst in Tegeltechniek

mei 25th, 2020 door Omnicol

Sinds enkele jaren zijn er een aantal systemen op de markt gekomen die het ‘makkelijker’ maken om een volledig vlak betegeld oppervlak te krijgen. Deze, samenvattend benoemd als ‘nivelleersystemen’, worden door diverse merken aangeboden en zijn populair bij zowel de vakman als de doe-het-zelver.

Kennen we van vroeger nog de tegelkruisjes als hulpmiddel voor de klusser, zo zien we nu dat deze nivelleersystemen meer en meer worden toegepast, zelfs door de meest ervaren tegelzetters.

Door het plaatsen van een kunststof voetje onder de tegels en het gebruik van wiggen die op spanning gebracht worden, kunnen de hoeken van aangrenzende tegels worden opgespannen zodat een gladde bovenoppervlakuitlijning ontstaat. Deze systemen zijn handig in combinatie met de komst van tegels van steeds groter formaat waar de traditionele nivelleringsmethoden, zoals het positioneren met een rubberen hamer, minder effectief zijn. En we geven je het te doen: het vooruitzicht een net in de lijm gelegde grote tegel op te tillen om extra materiaal toe te voegen wordt steeds moeilijker en leidt al snel tot vervuiling.

Bijna alle bekende systemen gebruiken een plastic poot met voeten die onder de onderkant van de tegel, soms in de hoeken en soms langs de zijkanten worden aangebracht. Door een opening wordt een wig geschoven die met een tang op spanning gebracht wordt. Door druk uit te oefenen worden de aangrenzende tegels opgetrokken om gelijk te komen met het bovenoppervlak. Dit systeem minimaliseert ongelijkheid tussen aangrenzende tegels. Nadat de tegellijm is uitgehard, worden de wiggen en de uitstekende delen verwijderd. Een deel van het kunststof blijft onder de tegel aanwezig.

Het klinkt allemaal makkelijk en optisch geeft het inderdaad een fantastisch resultaat. Toch zijn er belangrijke aandachtspunten als je met zo’n systeem aan de slag gaat. Het kan namelijk ook problemen opleveren die niet 1-2-3 zichtbaar zijn maar op termijn aan het licht komen. Hoe dan?

Opvallend is dat na oplevering en daar waar deze systemen zijn toegepast vaak holklinkende tegels worden waargenomen, willekeurig verspreid over het gehele tegelvlak. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Steeds vaker worden snelverhardende lijmen gebruikt (klasse F) in combinatie met dichte tegels op dichte of weinig water absorberende ondergronden. Tijd is immers geld en we moeten vooruit!

De verkorte open tijd van deze lijmen opent de mogelijkheid om de hechting met de tegels te verstoren. De opwaartse (of neerwaartse) druk van het nivelleersysteem zal de hechting van de lijm waarschijnlijk verzwakken, omdat deze wordt uitgeoefend terwijl de afbinding/droging plaatsheeft.
Drie verschillende ‘onthechtingen’ kunnen optreden: tussen tegel en lijmlaag, in de lijmlaag zelf en tussen lijmlaag en ondergrond.
Het falen in adhesie is meestal wijdverbreid maar willekeurig en vaak zien we onthechting van de lijm aan de tegel zelf. We kunnen niet (altijd) meekijken tijdens de verwerking, maar een oorzaak kán zijn dat er te laat spanning op de tegels wordt gezet om ze vlak te trekken, waardoor de lijm al aan het uitharden is en de lijmverbinding wordt verbroken. De lijm is dan zijn plastische fase al voorbij.

Open tijd van een lijm staat keurig aangegeven in alle documentatie, maar is in deze niet leidend. Belangrijker is het om naar de corrigeertijd te kijken.
De instructies van de nivelleersystemen vermelden vaak niet wat de maximale variatie in dikte of tegeldikte is die kan worden opgevangen. Is 1 mm acceptabel, maar 2 mm niet? Het is aan te bevelen om rekening te houden met de te gebruiken lijmlaagdikte om ongelijkheden op te vangen zonder enige nadelige invloed op de hechtsterkte.

Hoe doe ik het nu wel goed?
Logica en ervaring geven aan dat er een tijd is waarna verstoring van een nieuw aangebrachte tegellijm een negatieve invloed heeft op de uiteindelijke, door de tegellijm bereikte, sterkte.
Wij willen graag navolgende richtlijnen voor het gebruik van dit soort systemen meegeven:

  • Zorg voor een voldoende dikke lijmlaag. Dubbele verlijming is aangeraden (zowel de ondergrond als ook de achterzijde van de tegel voorzien van lijm).
  • Voer de nivellering uit nadat er niet meer dan een paar tegels zijn gelegd. M.a.w. zo snel mogelijk nadat de tegel wordt gelegd.
  • Let op bij snel verhardende lijmen, deze zijn nog gevoeliger en daarbij moet je nog sneller handelen.
  • Pas het systeem zo gelijk mogelijk op alle tegels in het gehele tegelvlak verdeeld toe.
  • Gebruik deze systemen niet om een niet vlakke ondergrond (of zeer ongelijkmatige tegels) te compenseren. Start altijd op een goede, vlakke basis.
  • Wees realistisch en bedenk dat hele grote afwijking met deze systemen niet kunnen worden opgelost. 2 tot 3 mm is echt wel het maximale.
  • Verwijder de wiggen pas nadat de lijm volledig is uitgehard. Doe dit niet te snel.
  • Tip: gebruik een nivelleersysteem met een breekpunt aan de onderzijde van de clips, zodat er geen resten in de voeg achterblijven.

Wederom is voorkomen beter dan genezen. Al lijkt het een makkelijk hulpmiddel voor een optisch perfect resultaat, toch moet je even goed nadenken bij het gebruik ervan. Als de ‘spelregels’ goed worden toegepast, hoeft het niet nadelig te zijn en krijg je op deze manier inderdaad een perfect vlakke vloer als eindresultaat.

En je weet het: in geval van twijfel, aarzel niet om één van onze adviseurs te bellen.

© OMNICOL – mei 2020

Geplaatst in Tegeltechniek

april 14th, 2020 door Omnicol

Goed nieuws: ja dat kan! Betegelen over bijvoorbeeld vloerplanken is mogelijk, door mits aan een aantal voorwaarden te wordt voldaan. Bij renovatie van wat oudere woningen komt men nogal eens hout tegen als ondergrond. Wanneer we die willen afwerken met een mooie tegelvloer, hoe gaan we dan daarmee om?

Rechtstreeks betegelen op houten vloeren wordt meestal niet aanbevolen, omdat de beweging en vervorming die hout kan verdragen niet gevolgd wordt door de (starre) tegels. Hout is buigzaam en kan sterk reageren op wijzigende vochtgehaltes, terwijl de tegels niet kunnen meebuigen. Dit kan dan leiden tot ongewenste scheuren en breuken. Tegelen op hout ligt dus niet zo voor de hand en toch is het mogelijk. Rechtstreeks en zonder enige verdere voorbereiding tegels plakken op houten vloeren wordt wél sterk afgeraden.

Voorbereidende werkzaamheden
De algemene regel voor een houten ondergrond is: zo klein mogelijke tegels met een zo breed mogelijke voeg. Dit in contrast met de trend naar steeds grotere tegels. Bewegingen in de ondergrond kunnen in basis alleen in de voegen worden opgevangen. Een technisch uitgangspunt is: de doorbuiging bij volle belasting mag niet meer zijn dan L/500 (waarbij L = de lengte van het bouwdeel). Als we hiervan af willen wijken en toch graag die mooie 60×60 tegel willen leggen zullen we dus maatregelen moeten nemen om de ondergrond te verstevigen.

Verstevigen betekent wel een toename van de vloerdikte. Ga daar niet te licht aan voorbij. De constructie, vaak een houten balklaag, moet het aankunnen (ook toename van gewicht) en je moet ook de deur(en) nog open kunnen krijgen. Vaak gebruikt men een zogenaamde zwaluwstaart-plaat met (lichtgewicht)beton en wordt hierop een dunne cementdekvloer gelegd. Zo elimineer je de doorbuiging en vervallen alle beperkingen die aan een houten ondergrond werden gesteld.

Het is ook mogelijk de tegelvloer te ontkoppelen van de ondergrond. Op het hout wordt dan eerst een ontkoppelingsmat aangebracht met daarover eventueel een laag egaline waarop de tegels gelijmd worden. Hierdoor krijgen zowel de ondergrond als het tegelwerk los van elkaar de mogelijkheid om enigszins uit te zetten en/of te krimpen.
Weer een andere oplossing is het aanbrengen van plaatmateriaal dat geschikt is voor een afwerking met tegels. Cement-vezelplaten kunnen dan een oplossing bieden. Maar let goed op de ‘werking’ van deze platen onder de invloed van vocht, daar zit best verschil in. Een geëxtrudeerde polystyreen-hardschuim plaat is ook een mogelijke oplossing en ideale basis voor tegels.

Hout en vocht
Punt van aandacht is het voorkomen van vochtdoorslag naar de ondergrond. Hout neemt snel vocht op en zal daardoor van vorm veranderen (uitzet en krimp). Dus bij iedere behandeling verdient zowel de hoeveelheid vocht alsook de droging extra aandacht. Het hout moet niet vochtig (kunnen) worden!

Vaak wordt rechtstreeks op het hout en voordat de volgende laag erop komt een vochtwerende barrière in de vorm van een folie of coating aangebracht.

Let er bij de keuze van de tegellijm op dat je kiest voor een flexlijm. Deze lijmen kenmerken zich door een verhoogde hoeveelheid hars waardoor de lijm enigszins flexibel is en dus een geringe vervorming kan weerstaan. Ook is de hechting van dit soort lijmen vele malen beter.

Gezien de vochtgevoeligheid van een houten ondergrond kan men de werkwijze zoals bij ‘waterdicht tegelwerk’ het beste ook hier toepassen. Dan wordt er met iedere aangebrachte laag rekening gehouden met een bepaalde weerstand tegen vocht. Telkens gericht op het voorkomen van vochtdoordringing.

Probeer afwijkende verbanden (anders dan tegelverband) te vermijden. En let op bij de keuze van tegels: een te geringe dikte is het opzoeken van grenzen en vergroting van risico’s. Een dikkere tegel is nu eenmaal steviger wordt daarom eerder aangeraden voor deze toepassing.

Voegen
Ook de afwerking van de voegen verdient extra aandacht. Begin niet te snel met voegen, wacht juist wat langer. Daarmee geef je de tegellijm extra de kans om goed te drogen. De meest flexibele voeg die we kunnen toepassen zijn kit-voegen, maar dat is ondoenbaar, esthetisch niet wenselijk en ook minder duurzaam in het gehele vlak. De aansluitingen bij hoeken en vloer-wandaansluitingen dienen wel degelijk ‘gekit’ te worden. Voor de normale voegen in het vlak dient ook weer een zo flexibel mogelijk materiaal te worden gebruikt. Vaak zijn dit 2- of 3-componentproducten, waarbij het voegmateriaal aangemaakt wordt met een speciale vloeistof. Let op dat deze voegmortel dan ook wat kleveriger is en daardoor moeilijker te reinigen.

Samenvattend kunnen we stellen dat met het in acht nemen van de juiste aandachtspunten het goed mogelijk is om tegels aan te brengen op houten vloeren, ook bij bijvoorbeeld renovatieprojecten.

Succes met de klus!

En mocht je toch nog vragen hebben, aarzel dan niet om de Omnicol-vakman te contacteren. Zoals gewoonlijk staan wij samen voor de klus en gaan we voor het beste resultaat!

© OMNICOL – maart 2020

Geplaatst in Tegeltechniek

januari 15th, 2020 door Omnicol

Ken jij ook van die voorbeelden? Een mooie gemetselde gevel, afgewerkt met een plint in blauwe hardsteen. Echter, bij kouder en vochtiger weer kun je precies zien waar er gelijmd is en waar niet. Vaak zijn het de ‘dotten’ lijm (of mortel) die zich aftekenen. Er zijn trouwens ook gevallen bekend waarbij dit binnenshuis voorkomt op hele mooie natuurstenen vloeren… Maar eerst even over die gevel. Kan dat niet beter?

Op zich een interessant fenomeen dat zich hier afspeelt. Er zijn (misschien niet echt verrassend) meerdere oorzaken te benoemen. Wat zich aftekent, de doorslag van vocht, is in eerste instantie het gevolg van een zo genoemde ‘koudebrug’. Dat wil zeggen dat bij een onjuiste detaillering en uitvoering vanuit de binnenconstructie doorslag ontstaat door direct contact met de opbouw. Je ziet dit ook wel eens bij metselwerk wanneer de isolatie niet goed is aangebracht. Deze situatie is niet helemaal hetzelfde qua opbouw, maar het is een soortgelijk fenomeen. Hierover straks iets meer, maar een eerste oorzaak is benoemd.

Anderzijds is de kwaliteit van de natuursteen ook een belangrijke factor hierin. Blauwe hardsteen is een generieke naam die gehanteerd wordt voor graniet. Hierin zijn vele (kwalitatieve) verschillen. De goedkopere blauwe hardsteen komt vaak uit China of Vietnam en eerlijkheid gebied te zeggen dat deze kwalitatief toch echt minder is dan de bekende ‘blauwe hardsteen uit Henegouwen’ ofwel een Belgisch kwaliteitsproduct. Dit verschil komt als eerste tot uitdrukking in de prijs. Maar goedkoop is duurkoop. De betere kwaliteiten zijn namelijk veel minder poreus en dus ook minder gevoelig voor eventuele doorslag. Overigens zijn gezoete en gepolijste afwerkingen ten zeerste af te raden voor buitentoepassingen.

Een mogelijk tweede oorzaak is dus ook bekend: de porositeit van de natuursteen. En zoals je weet is het een natuurlijk product en kan de kwaliteit altijd een bepaalde variatie hebben. Tegelijkertijd is dat dan ook weer de schoonheid van natuursteen, geen twee tegels of elementen zijn hetzelfde. Bij keramiek, dat fabrieksmatig is gemaakt, speelt dit veel minder. Vandaar dat we het hier specifiek over natuursteen hebben.

Deze twee oorzaken wetende, komt het neer op de uitvoering. Wat moet je doen om doorslag of aftekening te voorkomen? Waar moet je extra goed op letten?

  1. Is er sprake van doorslag in combinatie met een hechtende opbouw (direct contact)? Is er een luchtspouw? Of is er gebruik gemaakt van een geschikt ontkoppelingssysteem?
    – Direct contact in combinatie met een hechtende opbouw verhoogt de kans op doorslag.
    – Een luchtspouw is niet altijd mogelijk.
    – Ontkoppelingssystemen zorgen voor een eenzijdige verdamping.
  2. Is de lijm aangebracht op het volledige vlak? In zogenaamde ‘dotten’ of in grove lijmrillen?
    – In deze specifieke toepassing is aan te bevelen om het gehele oppervlak goed in te smeren met lijm, ook wel volvlakverlijmen genoemd. Dubbele verlijming biedt hier de uitkomst: voorzie zowel de ondergrond als het element van een dikke lijmlaag. Dit heeft meerdere voordelen: overal is evenveel contact en er kan geen vocht tussenkomen dat weer zou kunnen bevriezen (met vorstschade als gevolg). Ook geeft de dikkere lijmlaag normaal voldoende mogelijkheid niveauverschillen op te vangen en de elementen goed te positioneren. Voor de verlijming van vlekgevoelige natuursteen is het verstandig om een witte tegellijm te gebruiken.
  3. Is er een voorstrijkmiddel toegepast? En zo ja, waar?
    Door een voorstrijkmiddel aan te brengen op zowel de ondergrond als de rugzijde van het te verlijmen element wordt een extra barrière gevormd die doorslag moeilijker maakt. Het verdient dus de aanbeveling om dit ALTIJD te doen. Onze TP omnibind is hiervoor het geschikte product.

Bovenstaande drie punten zijn redelijk essentieel. Als deze goed worden ondervangen, zal het een mooi resultaat geven en zal je geen aftekening of verkleuring kunnen waarnemen.

En hoe zit het dan bij binnenvloeren?
In grote lijnen is geldt voor binnenvloeren hetzelfde fenomeen, alleen de koudebrug-variant kunnen we uitsluiten. Bepaalde poreuzere soorten natuursteen zijn vlekgevoelig en verdienen dus extra aandacht. Niet alleen bij het gebruik van een vloer, maar ook al tijdens de plaatsing ervan. Als de natuursteen bijvoorbeeld op vloerverwarming wordt geplaatst dan is verdamping van het in de lijm aanwezige vocht alleen mogelijk langs de bovenzijde. De lijm/mortel wordt immers geplaatst op een dichte ondergrond, folie of isolatie. Dus ook hier is een volvlakverlijming (100% contact) door dubbele verlijming EN het goed voorbehandelen van de elementen de aangeraden werkwijze. Het WTCB publiceerde hierover ook de TECHNISCHE VOORLICHTING 220.

Mocht je toch nog vragen hebben, aarzel dan niet om de Omnicol-vakman te contacteren. Zoals gewoonlijk staan wij samen voor de klus en gaan we voor het beste resultaat!

© OMNICOL – januari 2020

Geplaatst in Tegeltechniek

september 12th, 2019 door Omnicol

We zien steeds meer dat gevelstenen (baksteen of ander materiaal) op vernieuwende wijze worden verwerkt. Ook de materiaalkeuze zelf is aan ‘mode’ onderhevig. Zo zien we steeds meer langere en dunnere stenen verschijnen en ook het kleurenpallet gaat met de tijd mee.

Nu metselen we al zolang we ons kunnen herinneren, een gekende techniek die overal te zien is. De laatste 15 jaar is daar ‘lijmen’ als aanvullende verwerkingsmethode bij gekomen. En ook daarin zijn er weer een paar verschillende manieren ontstaan. Deze lichten we even kort toe, zodat je het kaf van het koren weet te scheiden.

Wat is lijmen, in een notendop?

Het woord ‘lijmmortel’ zul je (nog) niet terugvinden in de Dikke Van Dale. Als we zelf er dan een definitie voor zouden moeten schrijven komen we op het volgende:
Een mortel bestaande uit zandcement (heel fijn, gekristalliseerd zand), een waterhoudend additief en watergedragen polymeren, geschikt voor het verlijmen van bakstenen.
De term lijmen is enigszins misleidend. Er wordt nog steeds gewerkt met mortel op basis van cement. Verder verwijzen we graag naar onze eerdere blog over de gelijmde gevel, waarin de techniek uit de doeken wordt gedaan.

Ontstaan
Bakermat van het ‘verlijmen’ is de verwerking van binnenmuurstenen geweest. Gasbeton (nu cellenbeton) en later kalkzandsteen waren materialen die door hun maatvastheid en modulariteit goed te lijmen waren. Daarmee waren de lijmmortels geboren en werd er kwalitatief een grote sprong gemaakt: betere hechting en sneller werken.
Eigenlijk is de steenindustrie de vragende partij geweest om te kijken of ook gevelstenen te verlijmen zouden zijn. Door de enorme variëteit aan soorten en maten vooralsnog niet de makkelijkste opgave. Maar uiteindelijk is het toch gelukt. En met succes.

Vandaag de dag
Lijmmortels kenmerken zich door een complexe samenstelling die het mogelijk maakt gevelstenen met een zo dun mogelijke voeg te verwerken. Het achteraf voegen (of in één handeling doorstrijken) is hierbij overbodig. Daarnaast wordt er een kwalitatieve sprong voorwaarts gemaakt. Het toepassen van dunnere voegen betekent ook meer stenen per vierkante meter: je ziet minder voeg en de gevel krijgt de kleur van de steen. Deze kleurintensiteit en de verhoogde duurzaamheid zijn vaak bewuste redenen om voor gelijmde gevelsteen te kiezen. De sterkte van de verbinding maakt het zelfs mogelijk om prefab metselwerk te maken of in sommige gevallen lateien uit te sparen. Daarnaast zorgt een juiste uitvoering voor een zeer sterk verminderde kans op zogenaamde uitbloeiingen (witte uitslag) van het metselwerk.




Dunmortels zijn van een iets andere orde. Ook deze laten het toe om gevelstenen met dunnere voegen te verwerken maar bezitten niet alle onderscheidende eigenschappen die een lijmmortel wel in zich heeft. De verwerking lijkt meer op die van een ‘gewone’ metselmortel en bijvoorbeeld de hechtsterkte en waterwerendheid zijn wezenlijk anders dan bij lijmen. Het is een alternatief dat, zeker optisch, een vergelijkbaar resultaat zal geven. Maar kwalitatief mist het net een paar kenmerken ten opzichte van het gebruik van lijmmortel. Daar waar een wat dikkere voeg wenselijk is (bijvoorbeeld bij zeer onregelmatige stenen) en hechting en waterhuishouding iets minder van belang zijn is het echter een prima alternatief.

Gelijmde baksteen is, vooral in België, niet meer weg te denken uit het hedendaagse straatbeeld. Spreek gerust Omnicol aan als je plannen hebt in die richting en nog met vragen zit. Als pionier van het eerste uur hebben zij alle kennis in huis om perfect te adviseren welke -lijmmortel- voor jouw toepassing het meest geschikt is en zo ieder project tot een succes te maken.

© OMNICOL – augustus 2019

Geplaatst in Tegeltechniek

juni 11th, 2019 door Omnicol

Wie kent ze niet? Die onderbrekingen van grotere tegelvlakken door een voeg gevuld met kit of een ingewerkt profiel? Of hoek- en wand-vloeraansluitingen voorzien van een kitnaad. Waarom zitten die er nu? Is dit echt nodig?

Dat zijn goede vragen en het antwoord is in 99 van de 100 gevallen: ja, helaas is dit nodig. Constructie-technisch is er vaak een bittere noodzaak om deze ‘dilataties’ aan te brengen. Maar met een goede uitvoering kan dit heel netjes worden uitgevoerd en voorkomen worden dat het optisch als storend wordt ervaren. Laten we iets dieper ingaan op de techniek en de reden waarom, wellicht dat de acceptatie dan ook makkelijker wordt.

De vrije vertaling van dilatatievoeg is bewegingsvoeg. In Nederland is er een prachtig document gemaakt, de URL (afkorting van uitvoeringsrichtlijn) 35-101 die alle facetten van het plaatsen van tegels beschrijft. Eigenlijk zou dit voor iedere tegelzetter verplichte literatuur moeten zijn. En handig is dat er controlelijsten in zijn opgenomen die voor iedere vakman van toepassing komen.

In België, zijn er vanuit het WTCB duidelijke richtlijnen opgesteld die deze materie benoemen. Zie onder andere publicatie 2010/03.12.

Een afwerking met tegels is een hechtende opbouw en daarmee is het van belang rekening te houden met wat er allemaal in de ondergrond (daar waarop wordt gehecht) kan gebeuren. Als de ondergrond kan krimpen, uitzetten, bewegen, doorbuigen of iets dergelijks kun je begrijpen dat een stijf materiaal als een tegel moet kunnen ‘buigen’ want anders wordt het ‘barsten’. Dat is even heel kort door de bocht geredeneerd.

Allereerst zijn er richtlijnen voor de aan te houden voegbreedtes. Bij het bepalen daarvan dient rekening gehouden te worden met de te gebruiken tegelsoort en voegmortel.

 minimale voegbreedte*

 

Minimaal voegbreedte

Vloertegels

3 mm

Wandtegels

2 mm

* Genoemde minimale voegbreedten zijn richtwaarden, in afstemming met de lijmleverancier kan hiervan afgeweken worden.

Randvoegen dienen voldoende breed te zijn voor het aanbrengen van de betreffende voegvulling. Indien deze voegen gekit worden, geldt dat bij de voegen het aansluitend tegelwerk in geen geval koud mag aansluiten.

Dilataties
Al in de ontwerpfase dient rekening gehouden te worden met het voorzien van dilatatievoegen in zowel de onderliggende constructieonderdelen als in het tegelwerk zelf. Dilataties in de ondergrond dienen door architect, constructeur of de (hoofd)aannemer te zijn bepaald. De specificatie van dilatatievoegen moet de aanduiding van het type, materialen en constructie, afmetingen (breedte en diepte), positie bevatten. De tegelzetter dient dilataties die aanwezig zijn in de ondergrond door te zetten in het tegelwerk recht boven de aanwezige dilataties.

Algemene richtlijnen

  • Zwevende of niet-hechtende dekvloeren mogen geen L-vorm hebben of een breedte die plaatselijk wordt versmald zonder dat hiervoor dilataties zijn aangebracht.
  • Een zwevende of niet-hechtende cementgebonden dekvloer heeft geen groter veld dan 80 m² en de langste zijde bedraagt ten hoogste 10 m.
  • Een zwevende of niet-hechtende cementgebonden en/of calciumsulfaat gebonden gietdekvloer heeft een afmeting van ten hoogste 400 m² en, indien voorzien van vloerverwarming, zijn de diagonalen van het vloerveld maximaal 50 m.
  • Dilataties dienen te zijn doorgezet in eventuele vloerverwarmingsvelden. De vloer moet rondom voorzien worden van kantstrook/dilatatie band (ook langs kozijnen en leidingen).
  • De zwevende of niet-hechtende dekvloer dient ten minste 7 mm vrij te liggen van alle aangrenzende wanden of obstakels.

De uitvoering
De dilataties dienen te worden uitgevoerd met afdichtingsmateriaal dat vervorming kan opnemen en zal normaal gezien zijn gespecificeerd. Dit dient te worden aangebracht op de plaats zoals overeengekomen. Dilataties uit onderliggende constructie(lagen) dienen door de tegelzetter altijd te worden doorgevoerd tot de bovenkant van het tegelwerk.

  • Waar in de ondergrond twee verschillende materialen op elkaar aansluiten moet een dilatatie worden aangebracht tot in het bovenliggende tegelwerk. Deze dilatatievoeg dient tenminste 4 mm breed te zijn.
  • Alle in- en uitwendige hoeken, aansluitingen alsmede dilatatievoegen moeten worden vrijgehouden van tegels en voegmateriaal (4 – 5 mm wordt aanbevolen maar is afhankelijk van de breedte van de tegelvoeg).
  • Inwendige hoeken kunnen worden afgekit met een blijvend elastische voegkit, eventueel in combinatie met een primer.

Uitwendige hoeken kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt.  In uitwendige hoeken mogen geen koude voegen (ongevulde voegen) voorkomen. Indien geen afspraken zijn gemaakt dient de voeg met kit gevuld te worden. Als alternatief voor kit kunnen voorgevormde profielen gebruikt worden. Maar best verifieer je dit vooraf even met de opdrachtgever om iedere discussie uit te sluiten.

Welke typen (dek)vloeren kunnen we onderscheiden?
Het type ondergrond is mede bepalend voor hoe en wat voor dilataties aangebracht worden, vandaar even een uitleg over de verschillende soorten die we in de bouw zoal tegen komen. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen hechtende, niet-hechtende en zwevende dekvloeren. Om een duurzame hechting met de ondergrond te bereiken, dient men de aard en de voorbereiding alsook de samenstelling en de uitvoering van de dekvloer weldoordacht te kiezen. 

1. Hechtende dekvloer

Hechtende dekvloeren kunnen enkel uitgevoerd worden op stabiele, voldoende cohesieve, draagvloeren die vrij zijn van actieve scheuren. Vóór de uitvoering van de dekvloer moet de ondergrond volledig stofvrij gemaakt worden en ontdaan van cementsluier (eventueel door stralen). Een voorbeeld van een hechtende vloer is bijvoorbeeld gestorte beton in dikkere of dunnere lagen die voorzien zijn van wapeningsnetten.

2. Niet-hechtende dekvloer

Wanneer er tussen de dekvloer en de draagvloer een scheidingslaag (bv een folie) voorzien wordt, hecht de dekvloer nergens aan de ondergrond. Bij niet-hechtende dekvloeren zijn omtrekvoegen, en eventueel ook uitzetvoegen, aanbevolen aangezien de dekvloer onder invloed van vocht en warmte bewegingen kan ondergaan. Om elk contact tussen de dekvloer en de vaste bouwdelen te vermijden, voorziet men omtrekvoegen en uitzetvoegen ter hoogte van deuropeningen en bij grote oppervlakken (groter dan 40 m² voor verwarmde vloeren en groter dan 50 m² voor niet-verwarmde vloeren) of grote lengten (langer dan 8 m). Men tracht bij de positionering van de uitzetvoegen zo veel mogelijk rechthoekige velden te vormen.

3. Zwevende dekvloer

Dit dekvloertype wordt toegepast wanneer er onder de dekvloer een thermische- en/of akoestische-isolatielaag voorzien werd. Doordat de dekvloer aangebracht wordt op een min of meer samendrukbare isolatielaag, kan hij bepaalde bewegingen ondergaan en dient hij voorzien te worden van verdeelvoegen.

Vóór de plaatsing van de zwevende dekvloer moet men erop toezien dat de isolatielaag vlak is en vrij van uitstekende randen die de bewegingen van de dekvloer op de scheidingsfolie boven de isolatie kunnen verhinderen.

Al met al best wel weer een flinke brok aan theoretische kennis die hieraan ten grondslag ligt. De bepaling hoe en waar zou je als uitvoerende partij het beste overlaten aan constructeurs. Maar geef wel als vakman aan dat jij weet dat ze moeten worden opgenomen in het ontwerp, mochten deze ‘dilataties’ nog niet zijn opgenomen. Hiermee geef je blijk van vakkennis en je voorkomt er schades en mogelijke conflicten mee! Iedereen blij dus.

Succes.

© OMNICOL  juni 2019

Geplaatst in Tegeltechniek